luipaard kijkt omhoog

Op de bonnefooi wildkamperen in Botswana, Zambia en Kruger NP (Reisverhaal)

In de zomer van 2016 reizen wij samen met Yvon en Kees op de bonnefooi met daktent door Botswana, Zambia en Kruger National Park. Een maand. Twee stellen. Twee Landcruisers. Het kamperen was een waar avontuur. Van – 10 in de Kalahari tot hyena’s in de keuken. We hebben het allemaal meegemaakt. De reis was intens. Benieuwd hoe het ons is vergaan? Zak even in je stoel, neem de tijd en laat je inspireren door ons reisverhaal. Heb je minder tijd? Lees dan in ieder geval onze tips over kamperen  in Botswana. 

BOTSWANA

Jeep met daktent in Botswana

Daar gaan we weer. De gelukkigste mensen ter wereld zitten op de snelweg naar Gaborone, Botswana. Laat het avontuur maar komen. Wij zijn er klaar voor. Kees en Yvon volgens ons op de voet. We hebben gloednieuwe Landcruisers met daktenten meegekregen: ons thuis voor de komende weken. Ze zijn machtig! Krachtig en van alle gemakken voorzien. Laat het avontuur maar komen. Wij zijn er klaar voor.

Gisterenavond zijn we aangekomen. De KLM-vlucht naar Johannesburg verliep vlotjes en vanmorgen zouden we om 8 uur opgehaald worden. Maar in Afrika weet je dat dat niet altijd goed hoeft te gaan. Na een telefoontje en anderhalf uur wachten kunnen we naar het verhuurbedrijf waar onze Royal Ladies staan te wachten. Langzaam wordt de temperatuur aangenamer. De zon schijnt, de lucht is helder blauw. Papierwerk regelen, uitleg van alle mogelijkheden, de bakkies installeren, boodschappen doen en off we go! Een beetje laat vertrekken we. We hebben ruim 400 km voor de boeg. Ik besef me hoe bevoorrecht we zijn. We zijn geluksvogels. We vliegen door Afrika en zullen genieten van ieder moment. Dat is beloofd!

lunchen aan de kampeertafel bij je jeep met daktent

In Zuid-Afrika doen we onze eerste boodschappen. De grensovergang naar Botswana kost drie kwartier. Dat valt mee. We moeten langs drie loketten; paspoortcontrole, formuliertjes invullen, tax betalen en dan zijn we welkom in Botswana. Mokolodi Nature reserve campsite bij Gaborone is ons eerste doel. De weg ernaar toe is prima. Soms geiten of overstekende fietsers op de snelweg, dus een beetje opletten wel. Door de vertraging vanmorgen komen we laat aan, om 18:30 uur. In het donker. Niet heel handig, maar onze hoofdlampjes helpen ons. Gelukkig zitten er op deze camping nog geen gevaarlijke beesten, want we zijn nog wat onwennig. We moeten de boel nog organiseren, maar dat doen we morgenvroeg wel. Als het licht weer aan is! Voor nu: bbq aan, biertje erbij. Onze eerste Afrikaanse campingavond is een feit!! Wat is dit toch heerlijk. Ik kan niet wachten tot ik het daktentje in mag!

Koud op de camping

Op ons gemakje worden we wakker. Koud. Het tentje is een beetje nat, maar onze traagschuim matrasjes hebben ons een prima nachtrust bezorgd. Terwijl Kees de eitjes bakt richten we onze auto’s in en maken ons klaar voor de dag. We moeten nog wat boodschappen doen en vertrekken richting de Kalahari. Nog 1 rijdag. We vreten zo’n 500 km. Het is net over zessen als we camping Letlhakane Tuuthebe bij Orapa hebben gevonden. Gelukkig weten we inmiddels hoe we in het donker ons kamp op moeten zetten! Tijd voor houtvuur, bbq, gepofte aardappel en pompoen.

Vallende sterren in de Kalahari  

Vroeg op. Op zoek naar een tankstation en hout voor onze avondvuurtjes. We komen maar weinig andere toeristen tegen. Gisteren werden we door een paar kinderen uitgelachen en nagewezen. Ik hoop dat het ze ging om onze huidskleur, want eerlijk is eerlijk, mijn kledingkeuze laat de laatste dagen ook behoorlijk te wensen over.

twee gemsbokken met hun ruggen tegen elkaar

Bij Matswere gate kunnen we nog net voordat we het park in gaan hout kopen. Gelukkig maar, want Eric zonder vuur is een recept voor chagrijn. We turen de prairie af naar wild. We turen en we turen. In de droge tijd zitten er niet zo veel dieren in de Kalahari. We vragen ons af waar de Kalahari leeuw zich verstopt. Een paar giraffen, een struisvogel en prachtige gemsbokken. Uitgestrekte velden wisselen nauwe paden af. Takken krassen langs de auto. Goudgeel gras, stekelbosjes en acacia’s. Ofwel luipaardbomen (maar die zijn er even niet). Het is droog. Droog en stoffig. Het vocht trekt uit onze handen en lippen. Mijn huid lijkt wel perkamentpapier. Langzaam verschrompelen we. En dat al na 1 dag woestijn.

We hobbelen ons een weg naar Deception campsite; die bestaat uit een vuurplaats, een dixi en een douche (gemaakt van een emmer met een douchekop eronder). Na de lunch rijden we naar de Sunday Pans Waterhole, in de hoop op spektakel. Twee gemsbokken staan te drinken, in de verte een soort das en een jakhals. Daar doen we het vandaag mee.

Daarna gaan we vol vertrouwen de nacht in op ons basiskamp. Het lijkt hier niet al te gevaarlijk. Er staan onwaarschijnlijk veel sterren aan de zwarte hemel. Met gemak zien we de Melkweg. Ja!! Vallende sterren! Twee. Natuurlijk hebben we wensen, maar die blijven geheim. As ik ’s nachts om half 4 moet plassen vraag ik Eric toch maar om bij te schijnen. Ik durf niet naar de wc te lopen. Deze boom kan ook wel wat water gebruiken, schat ik in.

Onze planning op de schop  

KOUD, KOUD, KOUD!!! Het is ijskoud! Ik zweer het je, het vriest. Hadden we maar handschoenen meegenomen. Zeven uur. Het is al licht, maar de zon kan ons nog niet verwarmen. We besluiten om eerst naar de waterplaats te gaan om te kijken of er wat zit. Ontbijten doen we pas als het wat aangenamer is om buiten te zitten.

Kees en Eric plannen een nieuwe route

We genieten van het landschap: hobbelend door het hoge gras. We zien weer van alles: gemsbokken, vleermuisoorvossen (ja, die bestaan!), impala’s, stokstaartjes, struisvogels, kori-bustards (de zwaarste vliegende vogel), een giraffe en zelfs een slang. We staan afgestemd op National Geographic. Het is mooi, maar we besluiten toch dat we morgen doorreizen naar Maun. Kale Harrie is knap rustig. Te rustig. We hadden er eerlijk gezegd iets meer van verwacht. We gaan liever naar Moremi en Chobe, omdat we weten dat daar veel te zien is. Dat betekent dat onze planning op dag 4 al volledig op de schop wordt genomen. Een flexibele geest is handig als je met ons op pad gaat!

 

foto van een nachtuil

De avond brengt ons weer sterren, bbq, wijn en verhalen aan het kampvuur. Kamperen is zeg maar echt ons ding. “Shit, wat beweegt daar?”, Yvon stopt meteen haar verhaal. “Ik zag iets bewegen.” Oeioei, nu wordt het toch nog spannend. Met zaklampen schijnen we om ons heen. In de boom naast ons is een enorme uil neergestreken. Wat een prachtig beest! Met zijn zwart met gele ogen staart hij ons aan. En wij hem. Camera, camera! Hij draait met zijn kop. Waarschijnlijk verblind door het licht. Na een poos houdt hij het voor gezien en vliegt de nacht weer in.

 

De Kalaharileeuw laat zich zien!

Op de camping van Passarge Waterhole gaat onze wekker gaat om 6 uur. Kees en Yvon zijn vandaag 23 jaar getrouwd. Met onze feesttoeters tetteren we ze wakker en zingen een liedje. Eens kijken wat deze dag voor ze in petto heeft!

vier zebra's

Om te beginnen een vrieskoude ochtend. De thermometer geeft -10 aan. Zou dat echt waar zijn? Het waterkraantje aan de auto is in ieder geval bevroren. Binnen een half uur is alles ingepakt en zijn we klaar voor vertrek, snel de warme auto in. De zon komt op en we turen weer over de velden. Volgens Eric en Kees dansen onze auto’s door de Kalahari. Yvon en ik noemen dat gewoon, trillen, schudden en schuiven. Je raakt er helemaal geshaket van. Maar het is de moeite waard.

Terwijl we constateren dat er toch echt olifantenstront op de weg ligt, zien we in de bocht een leeuwenkont voor onze neus opdoemen. Haar staart schommelt langzaam van links naar rechts. “Nog een!” Roept Eric. “En nog een!” Er lopen drie leeuwinnen voor ons uit. Wow! Ze kijken een keer om, en lopen vervolgens onverstoorbaar door naar de waterplaats. Alle dieren in de vlakte eromheen staan op scherp. Iedereen kijkt naar wat de leeuwen doen. Wij ook! Ze gaan drinken, maar houden ons ook in de gaten. Prachtige plaatjes zijn dit. Wat een mooi cadeau! Deze dag kan niet meer stuk. De Kalaharileeuw heeft zich aan ons laten zien. Wensen komen uit in Afrika 😉

 

Op zoek naar campings

We laten de Kalahari achter ons en komen aan in het toeristische epicentrum van Botswana: Maun. We gaan proberen om toch campings te vinden in Moremi en Chobe. Vanuit Nederland lukte dat steeds niet: fully booked in juli en augustus. Maar de Afrikaanse logica is niet te volgen. Hier lukt het nog wel! Yes, yes, yes! We kunnen gewoon in de parken overnachten. Jippie, het grote inslaan kan weer beginnen: tickets voor de parken, proviand, water, alcohol, brandstof en hout. We laden onze Royal Ladies helemaal vol.

We slapen op Audi Camp. Kees en Yvon waren daar in 2002 ook. We eten lekker in het restaurant, we hebben immers iets te vieren! Mijn nacht daarna is helaas best beroerd. Een cappuccino voor het slapen gaan is geen beste strategie. In Maun heeft volgens mij iedere inwoner een hond. In de nacht blaffen ze naar elkaar. Balkende ezels en een haan die rijp is voor opname bij de ggz. Om kwart over twee kukelen is van de zotte!! Verdomme, ik moet weer plassen.

 

Moremi National Park

Het is nog donker als we opstaan. Gelukkig minder koud dan in de Kalahari. We trekken naar het noorden, dus het wordt steeds een beetje warmer. Vandaag staat Moremi National Park op de planning. Het park is bosrijk en nat, het maakt deel uit van de Okavango Delta. We spotten heel wat olifanten, zebra’s, giraffen en nijlpaarden. We gaan wat gammele bruggetjes over en bij Third bridge stallen we ons kamp uit voor het brunchbuffet. Kees en Yvon hebben hier 13 jaar geleden overnacht, toen was er nog niets. Nu is er een receptie en sanitair. Heel fijn!

jeep rijdt over houten brug in Moremi NP

Als we verder gaan, rijdt een auto voor ons zich vast in de rivier. Gelukkig is het niet te diep. Ze zijn met vier auto’s, dus redden zich vast wel. Ze zwaaien in ieder geval vrolijk als wij ze via de brug inhalen. Waarom door de rivier rijden als er een gammele brug beschikbaar is?

Een hyena in de keuken

We overnachten op South Gate. Hier zijn we allemaal al eerder geweest. Toen kwamen er ’s nachts hyena’s. Zouden die er nog steeds… ? De avond valt. De hoofdlampjes gaan aan. Kees gaat nog even douchen en dan horen we het gehuil van de hyena’s al. De kinderen van de buren doen ze na. Maar dat feest duurt niet zo lang. Eric zoekt met zijn zaklamp. Daar! Een dikke, lelijke hyena. Hij loopt recht op de buren af. Gegil, gekrijs. Paniek in de tent. Nu huilen de kindertjes. Maar de hyena schrikt net zo hard en verdwijnt vluchtig in de nacht. Enigszins gespannen beginnen we aan de nasi met saté. Roeren in de pan, achter je schijnen, roeren, schijnen. Zou hij terugkomen? Hij ruikt vast onze kip. Snel het afval naar de container brengen. “Loopt er iemand mee? Ik durf niet alleen.”

We dekken de tafel en naast het kampvuur gaan we aan tafel. Gezellig met onze hoofdlampjes op rood licht. We zijn druk bezig en als we weer zitten hoor ik iets ritselen. “Zaklamp!” En ja hoor. Vuile vlerk! Die lelijkerd staat achter onze auto. Met zijn snuit in de keuken. Op 5 meter afstand van ons vandaan. Aiaiaiaiaiaiaiai!!!!!! Nou staan wij te schreeuwen. Onze wegjaagtechnieken zijn agressief, maar efficiënt. Hij peert hem… Zonder buit. Pfffff….

De rest van de avond blijft het rustig. Een paar keer horen we andere kampeerders schreeuwen. Hij is dus nog in de buurt. Om kwart over vier komt hij nog een keertje langs. We hebben een kan water buiten laten staan voor het tandenpoetsen, maar blijkbaar is dat ook aantrekkelijk voor hem. Hij is er druk mee in de weer. Als we de volgende ochtend uit onze tentjes komen is de kan in geen velden of wegen meer te bekennen. Ook de handveger van Kees en Yvon lijkt gestolen. Wat zou hij daarmee gaan doen?

frontale afbeelding van mannetjes leeuw met grote manen en bek open

 

Chobe National Park 

De safaritour gaat door naar Chobe National Park. Van een tegemoetkomende auto horen we dat we naar de Marabou Pan moeten gaan om leeuwen te zien. We komen aan op een vlakte met een waterpoel. Er staat een grote groep olifanten te drinken. De kleintjes staan beschermd in het midden. Verderop ligt een leeuw bij een uitgevreten karkas van een buffel. Hij ligt nog na te hijgen van zijn maaltijd. De jakhalzen liggen al op de loer en de gieren zitten hun beurt af te wachten in een boom. De rest van de leeuwen ligt onder de bomen uit te buiken. Lui en volgevreten. We staan op een paar meter afstand en het doet ze niks. Het mannetje ligt ongegeneerd op zijn rug met zijn poten omhoog. We zien er in totaal een stuk of zeven. Allemaal even sloom.

leeuwin ligt naast aangevreten buffel

 

Paniek onderweg naar Linyanti

Omdat we niet terecht kunnen in Savuti gaan we door naar Linyanti. Een weg van 40 km door mul zand. De dame bij de receptie adviseert ons rechtsaf te gaan, vanwege de slechte wegconditie. Maar we hebben haar niet zo goed begrepen. Het kost ons ruim 3 uur om op onze plaats van bestemming aan te komen. Wat een getob! Het lijkt wel of we door de duinen schuiven. Nu snap ik wat dansen met een auto is. We glijden van links naar rechts. Ik vind het behoorlijk spannend. Vooral het terugschakelen naar en lagere versnelling. De auto lijkt stil te vallen, Eric rukt aan de versnellingspook, de motor maakt hoge toeren, een grote schok, we klappen naar voren en we ratelen langzaam weer verder. Ik probeer er aan te wennen, terwijl Eric druk stuurt en zich in het zweet werkt. En dan gaat het mis….

vier olifanten in kring

Een diep, lang spoor met mul zand. Eric schakelt net iets te laat terug, de motor maakt hoge toeren, we klappen naar voren en staan stil. Kut. Ik voel de paniek langzaam naar mijn hoofd stijgen. Midden in het losse zand en tussen de wilde dieren staan we stil. Eric kijkt mij eens aan en ziet al hoe laat het is. “Niks aan de hand”, stelt hij mij gerust. Nee, inderdaad, niks aan de hand. Rampscenario’s schieten door mijn hoofd. Diep ademhalen. Met paniek en stress komen we geen steek verder. Terwijl ik druk bezig ben met het kalmeren van mijn hartritme, zet Eric de Landcruiser in zijn achteruit. Het lukt. Heel traag. Centimeter voor centimeter gaan we achteruit. Het zand spint rond de achterwielen. “Is dit goed?” “Ja hoor, niks aan de hand. Zolang we rijden is het goed en zitten we niet vast.” Ik geloof dat hij gelijk heeft.

Lachende nijlpaarden

In Linyanti staan we recht aan de rivier. Wat een geweldige plek!! Alle moeite waard. We zijn in een natuurschilderij terecht gekomen. Voor ons liggen een stuk of zeven nijlpaarden in het water. ’s Nachts gaan ze grazen op de kant, maar ze zullen om ons heen lopen wordt ons beloofd. Ze lachen smakelijk naar ons. In het graslandschap erachter grazen olifanten. Ze komen vanuit de bossen naar de waterkant om te drinken. Op de camping staan overal sporen en er ligt heel veel olifantenstront. Maar ze komen niet op de camping nu wij er zijn. We horen ze wel toeteren. Tijdens de nacht houden we de “ramen” van onze tentjes open, maar we krijgen helaas geen bezoek. Om half zeven worden we gewekt door een vogelconcert met lachende nijlpaarden in het achtergrondkoor. Moet ik nog meer vertellen?

Eric en Kees genieten van het uitzicht op camping Liyanti

Kamperen langs de Chobe rivier

We genieten nog van een ontbijtje in Linyanti. De temperatuur is aangenaam en we willen het uitzicht nog even in onze geheugens griffen. Dit is zo’n plek waar je tijdens een zware werkdag nog een keer aan terug wilt denken. Daar werken we voor!

We gaan vandaag naar Ihaha. Ook een prachtige kampeerplek aan de Chobe rivier. Onderweg zien we wilde honden. Mazzel, want die schijnen hier erg zeldzaam te zijn. Vooral de route langs de rivierbedding vinden we schitterend. Visarenden, zebra’s, giraffes, ze zijn er weer allemaal. We komen lekker op tijd aan, dus hebben alle tijd om te relaxen, te douchen en te poetsen. Je wordt behoorlijk smerig van alle stof. Het zit echt overal. Je haren lijken wel touw. En voor je nagels heb je een chemisch reinigingsmiddel nodig!

Net als we ons bedenken dat er niet zoveel gebeurd op de camping horen we olifanten.  Ik zit te schrijven, de rest doet een spelletje. We hebben niet in de gaten dat er een grote groep fanten over de camping trekt. Ze verzamelen aan de rivier en steken in een treintje over. Staart aan slurf. Wat is dit toch weer een mooi cadeautje!

uitzicht over de Chobe Rivier

Brutale apen

De avond valt en we houden onze omgeving goed in de gaten, want er zitten brutale apen. Als ik naar de auto loop sta ik oog in oog met een grote baviaan. Ik gil en ren terug naar het vuur. Fck. Ik schrok me dood! Eng beest. Er valt nog geen eten te scoren bij ons, dus hij kiest eieren voor zijn geld. Maar het zag er naar uit dat hij vanmiddag nog niet genoeg had gehad aan het brood van de buren. Tijdens het eten koken bewaak ik Yvon. Zij roert, ik schijn. Volgens de heren komen er geen bavianen als het donker is, maar ik ben er niet gerust op. Vanavond eten we lekkere Chili con Carne. Echt voer voor brutale apen.

Olifanten op de camping

Het is een spannende avond. We mogen vannacht niet uit onze tent van de bewaking en dat is vast niet voor niets. Als we aan tafel zitten hoort Yvon iets achter zich. De heren doen wat lacherig. Verdorie, er ritselt wat achter ons. “Kees, doe de muziek eens uit” Eric gaat op verkenning uit, gewapend met katapult en zaklamp. “Oeps. Olifant!” Het is pikkedonker en er staan olifanten naast en achter onze kampeerplek. Op een paar meter afstand. Oeioeioeioei! Wat nu? Onze stoere mannen besluiten dat er niks aan de hand is en gaan weer aan tafel zitten. Ze komen onze kampeerplek echt niet op. Yvon en ik zijn iets minder relaxed en gaan tegen de auto staan. Dicht bij de deur. Klaar om erin te springen. We zien er wel een stuk of 20. Het is natuurlijk prachtig, ook wel erg spannend, zo in het donker. Maar de olifanten lopen ongestoord grazend verder naar de waterkant. Ze hebben het niet op ons gemunt.

Ik ga met plaszak mijn tent in. Tijdens de nacht horen we allerlei geluiden. De vissen die in de rivier springen, maar Eric ziet ook hyena’s langs de tent lopen. En de volgende ochtend zien we toch echt leeuwenpoten op het campingpad. Die komen hier dus ook gewoon langs….

 

ZAMBIA

Een laatste ochtendsafari in Chobe NP

De wekker gaat weer om zes uur. Dat is inmiddels vaste prik. Om 22 uur erin en om 6 uur eruit. Dat zijn onze Afrikaanse tijden. Met je kleding voor de volgende dag en wat toiletspullen klim je in de tent op het dak van de auto. Bovenaan het trapje schoenen en sokken uit. Die blijven buiten staan. Geloof me, dat is het beste! De volgende dag kom je aangekleed en wel, weer van het trapje af. Tanden poetsen, lenzen inzetten en crème smeren. Haren doen en make up kan je overslaan: totaal zinloos. Als ik klaar ben heeft Eric de tent meestal al ingeklapt en zijn we klaar voor vertrek. Binnen een half uur. Voor een buitenontbijt is het nog te koud. Dat doen we meestal pas rond een uur of negen.

closeup van kop van giraffe

Vandaag gaan we naar Zambia, maar eerst doen we nog een ochtendsafari om het Chobe National Park te verlaten. We nemen de route langs de rivier. Er zijn niet veel dieren te zien. Als we langs een vlakte rijden zien we verderop safari-auto’s staan. Dat betekent meestal dat er iets te zien is. We zien een groep buffels. En ja hoor! Er liggen zes leeuwen op de loer in het gras. Die hadden wij op eigen houtje nooit gezien. Zouden ze gaan aanvallen? Dat zou nog eens een fantastisch spektakel zijn!

Ons geduld wordt erg op de proef gesteld. Er gebeurt niet zo veel. De leeuwen liggen en kijken. Als we besluiten door te rijden, staat er 1 op. Er lijkt toch actie te komen. De aanval wordt zorgvuldig opgebouwd. Ze verspreiden zich in de breedte en lopen naast elkaar naar de buffels toe. Langzaam. Stukje lopen, weer zitten, lopen. De buffels worden onrustig. Ze hebben de leeuwen in de gaten en stoppen met grazen. En dan zetten ze het op een lopen. Gaan de leeuwen er achter aan?

Nee, helaas. De leeuwen blazen de aanval af. Wat ontzettend jammer!! De aflevering van National Geographic wordt voortijdig afgebroken….

Over de grens

Voor de grens van Zambia bellen we iemand die ons gaat helpen met de overtocht. Het schijnt nogal een gedoe te zijn en veel tijd te kosten. Nou, dat klopt! Zoveel bureaucratie heb ik nog nooit bij elkaar gezien. Mijn collega-ambtenaren maken er een ingewikkeld, zinloos potje van. Gelukkig hebben we een begeleider die ons langs alle loketten leidt. Eerst vullen we een formulier in om Botswana uit te komen, bij het volgende loket wordt het paspoort gestempeld, daarna mogen we op de pont. Dit kost $ 30 per auto. Aan de andere kant moeten we een visum van $ 50 halen om Zambia in te mogen. De auto veroorzaakt het meeste gedoe. Bij het volgende loket vullen we een formulier in. De douanebeambte schrijft het weer over op zijn formulier en gebruikt wel 4 carbonblaadjes. Daarna gaat hij de chassisnummers van de auto’s controleren.

jeep rijdt op pont bij grensovergang Botswana - Zambia

In het volgende krakkemikkige hutje moeten we weer in de rij en $ 20 betalen voor god mag weten wat. Natuurlijk gaat dit gepaard met een formulier. Eric moet even ingrijpen als alle vrachtwagenchauffeurs steeds voordringen. Die hebben hier vaker gestaan. Alle mannen die aan komen lopen horen steeds bij de eerste in de rij. Maar nu zijn wij even aan de beurt! “Next!”, schreeuwt Eric en duwt onze formulieren door de tralies. Het werkt. We leren snel.

Het volgende bureau is ook wel weer grappig: formulier inleveren, boek invullen en weer achteraan in de rij aansluiten. De beambte vult formulieren in en je krijgt een ticket, wat je ergens anders moet betalen. Veel moeite voor ongeveer € 10,-! En er lag me toch een stapel formulieren waar nooit meer naar gekeken wordt! Dan nog een laatste tafeltje waar we € 3,- achterlaten. En dan ineens zijn we erdoorheen! We mogen naar buiten rijden! Buiten de gate moeten we nog een verzekering voor de auto afsluiten. Het laatste tientje. Deze attractie kostte ons maar liefst drie uur, een hoop geld en papierwerk. Maar: we zijn in Zambia!! En iets waar je geen moeite voor hoeft te doen, is de moeite ook niet waard, toch?

Een grimmige aanval bij de Victoria Falls

Victoria watervallen vanuit ZambiaWe hebben overnacht op de camping van Maramba River Lodge in Livingstone. Toen we het terrein opreden herkenden we de plek: hier zijn we eerder geweest. Aan de rivier met nijlpaarden. Puur toeval, want er zijn hier accommodaties te over.

De Victoria Falls staan deze ochtend op het programma. We gaan natuurlijk lekker vroeg op pad. Als we de auto’s parkeren komen er meteen bavianen op ons af. Er liggen zakken houtskool op het dak die worden opengescheurd voordat we iets kunnen doen. Eric slaat op de auto en schreeuwt naar de grote baviaan. Maar die is totaal niet onder de indruk. Sterker nog, hij wordt kwaad en laat weten wie hier de baas is. Hij rent op Eric af en slaat naar hem, gromt en laat zijn enorme tanden zien. Woeioei! Eric is wel onder de indruk en deinst terug. Door deze vriend wil je niet gebeten worden! De baviaan heeft gewonnen en neemt een hap van de kolen. Getver.

De watervallen zijn prachtig. We lopen langs de kloof en worden een beetje nat van de vochtige lucht. Gewapend met stokken en katapult, voor het geval we bavianen tegenkomen, maar die laten ons met rust. We zijn bijna alleen en hebben alle tijd en ruimte om foto’s te maken.

Kafue National Park

We vervolgen onze route naar het Kafue National Park. Er lopen in Zambia meer mensen langs de weg dan in Botswana. Het land is ook armer. Ze zwaaien vriendelijk als we langsrijden. Wat een warm welkom! Als we dwars door een dorp moeten hebben we het gevoel dat we weer in het echte Afrika zijn. Het lijkt op Madagaskar: chaos en drukte, stof en trucks volgeladen met mensen. Wij kijken naar hen, zij naar ons. Ze lachen en zwaaien. Wij lachen en zwaaien terug.jeep rijdt door dorp in Zambia

Aan het begin van de middag komen we op de plek van bestemming aan: Nanzhila Plains Safari Camp. De weg was goed, maar onderweg hebben we werkelijk geen hol gezien. Een verdwaalde impala misschien, maar daar heb ik het dan wel mee gezegd. Dit nodigde ons uit tot crossen door het park en harde muziek in de auto. Kuilen veroorzaakten lanceringen en dikke pret: the Dukes of Hazard! Qieuw, Qieuw, I love it! Soms vliegen we een beetje uit de bocht, maar alle eieren hebben het overleefd. En gelukkig kwam er geen olifant van rechts.

Oorverdovende stilte

We verlaten de saaie camping en gaan richting Itezhi-Tehzi om te tanken. En dat gaat natuurlijk niet zomaar! We moeten eerst naar een kantoortje van Zesco om te betalen en krijgen een bonnetje. De rij viel mee. Daarna anderhalve kilometer verderop, aan de andere kant van het dorp, weer in de rij bij het benzinestation. Met volle tanks gaan we verder om een bakje koffie te drinken bij Konkamoya lodge. Een prachtige plek aan het meer, waar we uitkijken op een kudde olifanten die net als wij dorst hebben. Mooi!

rotskant en mistige rivier

We eindigen in Kasabushi Camp. Een mooie kampeerplaats aan de rivier. De eigenaar laat trots zijn lodge zien. Alles zelf gemaakt. Kees en Eric mogen de hengels lenen staan heerlijk aan de waterkant. We drinken een cava en genieten van de oorverdovende stilte. Een lachend nijlpaard en wat swingende vissen. Verder helemaal niks….

NO CAMPING…

We trekken naar het noorden van het park. Volgens de boekjes is het daar het mooist en zitten er veel luipaarden en cheeta’s. Die willen we zien! Maar we komen erachter dat kamperen niet echt mogelijk is. Er zitten alleen dure lodges die hun rijke (vaak Amerikaanse) gasten rechtstreeks invliegen. Monopolie en exclusiviteit. Op vieze, stoffige, onopgemaakte kampeerders zitten ze niet te wachten. We hebben onze hoop op een bepaalde camping gezet, maar het bord aan het begin van de oprit laat geen twijfel mogelijk: NO CAMPING. Ok. Wat nu? Een overlegmomentje.

We gooien de planning weer om

Als we de auto uitstappen worden we belaagd door tsetse-vliegen. Die rotdingen bijten, dus we overleggen via de bakkie. Gaan we weg? Ja. Onze planning wordt weer omgegooid. We laten het Kafue achter ons en gaan ons geluk zoeken in Lower Zambezi. Onze gamedrive wordt ineens een rijdag. Nog 400 km te gaan vandaag. Even schakelen en hop daar gaan we! In de auto nemen Eric en ik de opties door. Misschien moeten we toch ook naar Luangwa gaan? En we kunnen nog terug naar het Chobe. Het Rhino NP hebben we ook nog niet gezien. Of zullen nog naar het Kruger gaan? Alle mogelijkheden liggen open. Straks bij de lunch even overleggen met Kees en Yvon. Zij voeren vast hetzelfde gesprek in hun auto. Wel jammer dat het Kafue ons niet gebracht heeft wat we ervan verwachtten.

Een zenuwslopende route over de Leopardhill

De route is wat weerbarstiger dan we dachten. Volgens Kees is er aan het eind nog een mooie 4×4 route. Wel pittig. Hij weet het niet precies meer….

Godgloeiende zeg!! Ik heb Kees vervloekt vandaag. De weg wordt steeds slechter en we gaan dwars door de bergen. Inderdaad 4×4 rijden. Het pad wordt smaller. We klimmen. De keien zijn groot. Voor ons lijkt de weg een hoge muur. “Zet hem in low gear”, zegt Kees door de bakkie. Het pad is stijl, met grote diepe scheuren. Op de helft valt de auto weer stil. Ik hou mijn adem in en klamp mij vast aan de deur en de stoel van Eric. Ogen dicht. Ik bijt op mijn tanden. Eric schakelt, we zakken een beetje terug….

En we rijden weer. Pfffff… Wat vind ik dit toch spannende momenten. Nog 65 km te gaan. Verwachte aankomsttijd: 19:30 uur. Dat is ruim een uur door het donker. Fijn, zo in de bergen. We gaan met 10 km per uur als slakken vooruit. Volgens mij redden we het op deze manier nooit en kunnen we gaan kamperen in de bergen.

Ik ben blij als we voor het donker de bergen uit rijden. We komen weer in de bewoonde wereld. We produceren een onwaarschijnlijke hoeveelheid stof. Wat zal men toch een gruwelijke hekel aan ons hebben! Het is lastig rijden in het donker. Niet vanwege alle kuilen, want die zien we juist beter door de schaduwen. Er lopen overal mensen zonder verlichting. Langs de weg, maar ook midden op de weg. Met of zonder fiets. Het is opletten geblazen. De stof van Kees en Yvon blijft lang hangen. We houden een kilometer afstand en nog rijden we af en toe door een dichte muur van stof. Dan zie je geen hand voor ogen. En geen mens of kuil voor de auto.

groep olifanten in de rivier

We komen rond half acht aan op de camping van Mvuu lodge aan de Lower Zambezi rivier. De eigenaren verwelkomen ons verwonderd. “Hebben jullie geboekt?” “Uh, nee.” Ze zijn fully booked, maar er zijn andere gasten niet gearriveerd. We hebben dus mazzel. En anders gaan we gewoon op de parkeerplaats staan, want wij gaan hier niet meer weg! “Waar komen jullie vandaan?” “Wat? Hebben jullie de Leopardhill genomen?”  De eigenaar vertelt dat sinds de brug er ligt, de camping veel drukker bezocht wordt. Er is blijkbaar ook een normale route tegenwoordig! Ach ja.

We moeten voorzichtig zijn op de camping, want er zijn leeuwen in de buurt gesignaleerd. Verder zijn er ook olifanten en ’s nachts nijlpaarden… Mooi. Daar komen we voor.

 

Veel wildlife op de camping

’s Nachts horen we hyena’s, zien we hippo’s naast de tent en horen we leeuwen brullen. De volgende ochtend wordt ons verteld dat de leeuwen langs onze tent liepen. Helaas niet gezien. We zien wel de sporen. Het is een drukte van jewelste op deze camping! Op de middag loopt er een groep olifanten langs. Rustig ritselend door de bosjes, net achter onze wc. Weer op en paar meter afstand! Als we naar de receptie willen lopen, moeten we een omweg nemen, omdat een olifant het voetpad blokkeert. Het moet niet gekker worden!

We sluiten onze middag af op de rivier. De heren proberen tevergeefs tijgervis te vangen en de dames genieten van het zonnetje met een gin tonic in de hand. We worden omgeven door nijlpaarden en olifanten aan de waterkant. Het gelach en gesnurk van de nijlpaarden is een genot om naar te luisteren. Wat een heerlijke sunset is dit!

 

Sensatie in Lower Zambezi NP

landschap van Lower Zambezi Zambia

Hop, hop, hop! Het is weer zes uur. Opstaan, tanden poetsen en wegwezen. De leeuwen en luipaarden zitten in het Lower Zambezi National Park op ons bezoek te wachten!

Een prachtig park is het. Met mooie Afrikaanse landschappen en omgevingen. Vooral de olifanten houden onze gemoederen vandaag bezig. Doordat op sommige plaatsen de bosjes meteen langs het pad staan zien we ze niet altijd. We proberen zo goed mogelijk afstand te houden, want het zijn grote jongens. En je wilt de natuur ook zo min mogelijk verstoren. Maar dat lukt soms niet. Dan staat er ineens een lange slurf om de hoek. Of midden op de pad: ook onhandig.

Een moeder met een kleintje verspert de weg. We wachten geduldig af. Maar hebben geen olifantengeduld. Mevrouw is niet van plan opzij te gaan. Ze peuzelt rustig aan haar boom. We gaan wat dichter bij. Geen beweging. Nog een beetje. Ja, beweging. Ze gaat de bosjes in.

jeep veroorzaakt stofwolk

Verderop een eenzame bull. Oeps. Die is enorm. En z’n piemel ook, zie ik als hij oversteekt! Daar is een mannenbeen niks bij! Een opgewonden mannetje, als dat maar goed gaat. Hij loopt de bosjes in, maar ons pad buigt af en we kunnen niet zien welke kant we op moeten. We wagen het erop en rijden de bocht om. We halen met een klein vaartje de fant in. Hij kijkt ons aan en gaat zijwaarts lopen. Zijn oren slaat hij uit. Dit vindt hij niet zo tof. Kees en Yvon zitten achter ons en krijgen de volle laag. Hij toetert en flappert en komt ze achter na. Gelukkig hebben ze genoeg vaart. We komen goed weg.

Soap, soap, shampoo!!

Ons bezoek aan Zambia is door onze route aanpassingen met een paar dagen ingekort. We vinden het te ver om naar South Luangwa door te rijden, dus we hebben besloten terug naar Botswana te gaan. Het Chobe NP vinden we tot nu toe het mooist, dus daar willen we nog wel een keer naar toe.

We rijden langs Zambiaanse dorpjes. Ronde, lemen hutten met rieten daken. Een paar hutten bij elkaar voor een familie. Afgezet met een houten hek. Kinderen op de patio. Aangeplante tuintjes. Een baby bij moeder op de rug gebonden in een kleurige doek. Mannen met grote bussels hout op de fiets; kunstig opgestapeld. De vrouwen bij de waterpomp. Het is een vredig gezicht, maar armoede schuilt achter de voordeuren. Het blijft dubbel. We rijden er met onze grote Landcruisers aan voorbij.

We besluiten bij een kleine nederzetting te stoppen, waar kinderen enthousiast naar ons zwaaien. Hopelijk komen er hier niet al te veel kids op ons af, want ik heb maar 10 toeters bij me. Voor de vrouwen shampoo en zeep. We bewaren de mini’s die we in hotels krijgen altijd om uit te delen. We weten inmiddels dat vrouwen in Afrika er razend op zijn. “Soap, soap, shampoo!!”, roepen ze als ik het eerste tubetje geef. Ik zie volgens mij wel 50 handen op me af komen. Geen idee waar ik al iets in gestopt heb. De kleine kinderen willen ook zeep. Ik deel gewoon alles uit wat ik heb. Hopelijk heb ik het een beetje fatsoenlijk verdeeld. Deze familie kan zich de komende week in ieder geval lekker wassen! Wat zullen ze heerlijk ruiken. Als ik weer in mijn grote, dure auto ga zitten vraag ik me af wat ik hier nou van vind. Al die handen die niet gevuld kunnen raken van wat ik bij me heb. Blije gezichten. Driftig zwaaiend als we wegrijden. Dat wel. Ik weet het niet. Het raakt me. Nog steeds, steeds weer.

 

BACK TO BOTSWANA

Een pittige reisdag

We nemen nu de snelweg met trage vrachtwagens, die Kees op de heenweg wilde vermijden. De Leopardhill laten we even voor wat hij is, want vandaag moeten we 640 km rijden. En we willen graag voor het donker aankomen. Het moet gezegd: deze route is lang niet zo mooi.

De grensovergang gaat een stuk sneller dan op de heenweg. Drie kwartier. Er ontstaat enige consternatie als we een verzekeringspolis niet kunnen overhandigen, maar na wat zoekwerk vinden we de bedoelde formuliertjes toch. En daarna worden we aangehouden door een hele serieuze douanebeambte: controle op fruit, groenten en vlees. Oeps, we hebben net in Zambia boodschappen gedaan. Alles ligt vol! Daar gaan onze tomaten, komkommers en het gehakt. Hij kijkt bedenkelijk bij de minicourgettes, die heeft hij waarschijnlijk nog nooit gezien. Gelukkig kijkt hij niet in de vriezers, die helemaal vol met vlees liggen. En de lades waar de rest van de groenten en fruit liggen…  We houden wijselijk onze monden. Wat niet weet, wat niet deert.

Claudia met olifanten op achtergrondIn Kasane blijkt het lastig om aan het eind van de dag nog een kampeerplaats te vinden. Alles zit vol. En het is al donker! Pas bij de vierde camping hebben we geluk. Om 18:30 uur kunnen we gelukkig toch een plekje inrichten en een vuurtje maken. We zijn moe van deze lange dag. Eric duikt om 21.00 uur als eerste zijn bed in.

Eric hout zijn grote lens op schootHet is uitslaapdag. We gaan er pas om half acht (!) uit. Op het gemakje douchen, beddengoed luchten, bed zandvrij maken, onderbroeken wassen, watertank bijvullen. Het is liflafjesdag. En we sluiten hem af met een prachtige sunsetcruise op de Chobe River. Veilig vanuit de boot foto’s schieten van tientallen olifanten! Wat genieten we toch van deze reis.

Zonder reserveringen door Chobe

Gisteren hebben we verwoede pogingen gedaan om kampeerplaatsen te reserveren in Chobe. Alles is vol. Helaas, want we willen heel graag in het park overnachten. Dat is toch het leukst. We besluiten om vandaag toch gewoon naar Ihaha te rijden en te vragen of er plek is. Je weet nooit.  De Afrikaanse logica is namelijk moeilijk te doorgronden. Er blijkt een lege plaats op de camping te zijn! Wat een administratie bij die organisaties toch. Je moet overal lijsten invullen met paspoortgegevens en kentekens en nog is het niet op orde.

We nemen het er van. Het is pas 13 uur. De zon staat hoog aan de hemel. We staan weer op de camping aan de Chobe rivier, waar we vorige week olifanten op bezoek kregen. De middag brengen we door met “mens erger je nieten”. De dobbelstenen knallen op de aluminium tafel, waardoor alle dieren flinke afstand van ons houden. De heren winnen, dus dit is meteen de laatste keer dat we een spelletje hebben gedaan.

Morgen willen we graag op Savuti slapen. Yvon belt naar de camping: “There might be space tomorrow.” Niet te geloven toch! Je moet eigenlijk een jaar van te voren reserveren om in Chobe te kunnen overnachten. Het is ons vanuit Nederland niet gelukt. En nu lukt het misschien om twee keer op de bonne fooi door de parken te crossen. Van zuid naar noord en weer terug van noord naar zuid. Yvon is volhoudend. Ze belt nog twee keer terug. En ja hoor! Er blijkt plaats voor ons te zijn. Joehoe, we gaan morgen naar Savuti!!!

olifant slingert gras op en neer

Tegen het eind van de middag gaan er zeker 200 olifanten naar het water. Best ver weg. Maar het is prachtig om te zien. Direct achter de camping zien we giraffen en zebra’s. Best dichtbij…. Maar verder blijft het deze keer erg rustig. ’s Nachts worden we wakker van kabaal uit de prullenbak. Een honingdas doet zich tegoed aan onze etensresten. Daarachter schijnt Eric in een groot oog. Eentje maar. Als Eric nog een keer schijnt is het oog weg.

Eindelijk onze big five compleet

De volgende ochtend worden we gewekt door een dikke, vette baboon die om 7 uur ’s ochtends al uit onze prullenbak zit te vreten. Hij scheurt alles open. Alles wat de honingdas heeft laten liggen is voor hem. Onze buitenkeuken is een chaos. Ik moet zeggen dat ik het niet heb op die k..baboons. Ze ritsen zo het brood van je bord. En hun hoektanden zijn enorm! Maar gelukkig zijn ze hier wel onder de indruk van Eric met zijn katapult.

In het toiletgebouw maak ik een praatje met de buurvrouw. Ze vertelt waar ze gisteren een luipaard hebben gezien. Eush, dat is goed nieuws. We gaan er naar toe, het is namelijk niet ver van de camping! Zoeken, zoeken, zoeken. We zien een impala in een boom hangen. Da’s ook bijzonder! Die is er vast niet zelf in gekropen. Een gamedrive-auto staat recht in ons zicht. Blijkbaar zien zij het luipaard wel. Godgloeiende. Mieter eens op! Ze rijden weg. Eric rijdt een stuk het bos in, maar we zien het luie paard nergens.

Net als ik zit te mopperen staat het luipaard op. Schuin voor onze auto! Wow! Wat een mooi dier. Zo dicht bij en we zagen hem niet eens. Hij sluipt een stukje terug in de richting van zijn impala. En gaat weer liggen. Hij kwispelt met zijn lange staart en lijkt ogenschijnlijk ontspannen te zijn. Maar hij houdt ons scherp in de gaten. Weer staat hij op en gaat een stuk dichter bij liggen. Nu zien we hem niet goed meer. Jongens, jongens, het is ons eindelijk gelukt om de big 5 te zien! Wat een majestueus dier.

Walibi’s met konijnenoren

Met een triomfantelijk gevoel rijden we door de rest van het park. Onze dag kan niet meer stuk. De route naar Savuti kost ons 1 ei (verspreid door de hele koelkast) en een pot pastasaus (verspreid in de voorraadla). Oei, wat geeft dat een troep. Kees en Yvon kwamen vandaag met vier wielen los. Kuiltje! Morgen toch maar sportbh plus corset aan en helm op. En de spullen in de la wat beter klem leggen.

Drie leeuwinnen liggen lui op elkaarTegen de avond zien we nog een leeuw, maar we moeten wel heel erg goed kijken om hem te kunnen zien. Hij ligt lui in het gras. Er is een filmploeg opnames aan het maken. Ze schijnen voor National Geographic te werken. Wat moeten die cameramannen toch over engelengeduld beschikken. Wij houden het voor gezien. Het wordt donker en zoeken de camping weer op. Onder het genot van leeuwengebrul en hyena-gehuil gaan we de nacht in. Yvon maakt weer een heerlijk maal klaar en ik schrijf aan ons reisverslag. Als Eric en Kees terugkomen van hun safari in de bosjes beweren ze walibi’s met konijnenoren gezien te hebben. Ja, tuurlijk! Misschien geen witte wijn meer heren?

Olifanten of brulkikkers op de camping

Piep, piep, piep, piep. De hypermoderne plastic Casio van Eric wekt ons weer. Ik kleed me liggend/zittend aan en rits de tent open. Bovenaan de trap trek ik mijn schoenen aan. En als ik daar zit, met mijn benen bungelend over het randje, zie ik een enorme olifant langslopen. In slowmotion, op zijn gemakje. Prachtig! Hij eet wat blaadjes en loopt dwars over de camping. Een grote boom beweegt van links naar rechts. Ik moet heeeeeel erg naar de wc. Loop eens door dikke fant! Anders doe ik het in mijn broek.

Vandaag gaan we nog een kijkje nemen bij de leeuwen en de olifanten op Marabou pan en daarna laten we Chobe achter ons. We hebben weer genoten van dit mooie wildpark, Maar nu is het weer hoog tijd om inkopen te gaan doen, want onze voorraad is vreselijk geslonken. Al het vlees gaat in de vriezer en groenten verstoppen we in de auto. We zijn geenszins van plan om ons eten nog een keer af te geven. Vanmiddag gingen we weer door zo’n controlepost, gelukkig hadden we toen niets meer in de koelkast.

In Maun zoeken we een camping aan de rivier. Op de heenweg sliepen we niet goed in dit dorp vanwege de herrie van kippen, ezels en honden. Nu hopen we op een rustigere nacht. We hebben een mooi plekje aan de waterkant gevonden. “Beware of crocodile”, staat er op een bordje. Nou, die maken in ieder geval geen kabaal.

De gigantische brulkikker echter wel! Wat een concert! Hoeveel zouden het er zijn? 100? 1000? Het gaat tekeer als een oordeel. Maar we slapen er prima op. We gaan weer lekker op tijd naar bed, net als alle andere kampeerders. Om half 10 zien we niemand meer en ligt iedereen te luisteren naar kwakende kikkers.

Ntwetwe Pan

vier personen zwaaien uit twee jeeps

De “pannen” staan vandaag op onze planning. Het kost ons even wat moeite om de juiste weg te vinden, maar na wat gehobbel door het dorp Gweta lukt het ons toch om de entree van de Ntwetwe Pan te vinden. Gelukkig zonder bij mensen door hun tuinen te crossen. Bij de Gweta lodge legt een vriendelijk meisje uit dat we de meest gereden paden moeten volgen: “Er zijn veel “detours”,  maar je komt er uiteindelijk wel. Waarschijnlijk met wat krassen op de auto, want je moet langs wat takkenbosjes. Het kost je ongeveer 4 uur om de overkant te bereiken.” Nou, gidi-upgo dan!!

Het gebied waar we doorheen rijden geeft oneindige vergezichten. Geel gras tot aan de horizon. De uitgestrekte savanne. En daarna de pannen: een bijna witte vlakte reikt tot aan de blauwe hemel. Ik vind dit zo vreselijk mooi, dat ik er gewoon kippenvel van krijg! De natuur kan zo overweldigend zijn. Fantastisch! Eric slaat een keer op mijn bovenbeen en kijkt mij aan. Ja, dit zijn van die momenten… Yvon roept door de bakkie: wat is dit gaaaaaaaaf!! Mooi hè!!!!vier springende mensen

De pannen lijken op de zoutvlaktes van Bolivia, maar dan de kleinere en droge versie. Hier is het wel wat stoffiger. Mozeskriebels wat een huizenhoge bewolking produceren we weer! Wij rijden voorop. “Eat my dust, Kees en Yvon!”

De enige neushoorns van Botswana

We zijn in het Rhino Sanctuary. Het enige park in Botswana waar nog neushoorns zitten. In totaal 36. De nacht was rustig. En in de ochtend gaan we op gamedrive. We zien …. niks. Blijkbaar komen de neushoorns pas rond 13 uur uit de bosjes, dus we moeten geduld hebben. Gelukkig is geduld mijn beste kant…

En daar zijn ze dan! Twee neushoorns zien we, op de afgesproken tijd. Rustig grazend tussen de takkenbosjes. Als we staan te kijken komt de familie zebra ook nog even gedag zeggen. Leuk voor de foto’s. Daarna rijden we het park weer uit. Op naar Zuid-Afrika!

We hebben besloten om de laatste week van onze vakantie door te brengen in het Kruger Park. We hebben immers wat tijd over, omdat we minder tijd in Zambia hebben doorgebracht. Vanmiddag gaan we grens over. Het vlees doen we veilig in de vriezer en de groenten verstoppen we.

Een dikke bekeuring

Net voor de grens worden we staande gehouden door een politieagent. Damn!! Hij rent met een brede glimlach op Kees af en maant ons ook te stoppen. “Hello, how are you?”, vraagt Kees aan hem, terwijl hij een hand geeft. “I’m fine, but you aren’t, because you get a ticket for speeding!”, zegt hij triomfantelijk. Zo, ik heb mooi twee vette vissen tegelijk gevangen, moet hij gedacht hebben. Eric en Kees moeten allebei meekomen naar zijn lasergun, waar hij laat zien dat Kees 102 km reed en Eric 106. De toegestane snelheid is 80. “On the rest of the road it’s 100, but here it’s only 80!” Deze politieagent doet zijn werk overduidelijk met groot enthousiasme. Hij vraagt aan Yvon en mij waar we naar toe gaan. “We don’t know, it depends on the fine you give us. Maybe we have to go to jail?” Hij kan er wel om lachen, maar verzekert ons dat de gevangenis echt niet leuk is.

Eric en Kees worden doorgestuurd naar de politieagent achter de bosjes, hij schrijft de bekeuringen uit. Voor Kees is het 540 Pula en voor Eric 620. Er ligt een handgeschreven lijstje. Dat is toch ruim € 100,- bij elkaar. “Can we get discount?”, vraagt Eric. De agent denkt er heel even over na: “Ok. You pay one car.” Nou, dat valt niet tegen. De duurste bekeuring wordt netjes uitgeschreven en betaald. We dachten een teveel aan Botswaanse Pulas over te houden, maar dat probleem is bij deze meteen opgelost. Nog even tanken voor de grens en de portemonnee is weer helemaal leeg!

 

ZUID-AFRIKA

Weer de grens over

De grensovergang stelt niks voor vergeleken bij de Zambiaanse. En dan staan we ineens zonder reisgidsen in Zuid-Afrika. Die hebben we thuis gelaten, omdat we er vanuit gingen dat we niet echt naar Zuid-Afrika zouden gaan. Het kan dus verkeren. We vinden een geweldige privé-camping, net over de grens. We hebben de hele camping voor ons zelf, met eigen keuken, warm en koud water, oven (voor onze gebakken, zoete aardappeltjes), douche, toilet en open air therapieruimte. In de ommuurde therapieruimte kunnen vijf personen op stenen stoeltjes zitten. In het midden een vuurplaats. We doen een avondsessie en een ochtendsessie, waarin we onze problemen en verslavingen aan elkaar opbiechten. Het is ernstig gesteld met ons. Wisten jullie dat Kees steeds achtervolgd wordt door Pokemon Pickachou?

Stookhout en stickers

We rijden door het noordelijke deel van Zuid-Afrika, om via de meest noordelijke entree het Krugerpark in te gaan. We sluiten onze vakantie af met een uitgebreid bezoek aan Kruger. Vooraf nog even flink inslaan: boodschappen doen, tanken en hout kopen voor Fikkie Roovers, ons stokertje.

een groep Afrikaanse kinderen wil graag op de foto

We stoppen langs de weg. Een jonge dame komt blij op ons af. We nemen 4 bussels mee, meer past niet in de bakken op onze trucks. Ze zijn maar 50 cent per stuk. In de tussentijd komen er overal kindjes vandaan. Ze zijn nieuwsgierig. Yvon zegt tegen een meisje dat ze mooi is met haar lippenstift op. “You too…”, antwoord ze en wrijft over haar witte arm. Yvon heeft nog stickers en ballonnen, dus het is een drukte van belang. Ze wordt belaagd door open handjes en doet haar best om iedereen in een rij te krijgen. Dat lukt helaas niet, maar de kinders worden wel iets rustiger. En ze willen heel graag allemaal op de foto. Blije guppen zijn het. Als we verder rijden loopt er een meisje met een sticker op haar voorhoofd. Tja, zo kan het ook.

Olifanten maken indruk in het Krugerpark

We kunnen vanavond helaas niet terecht in het Krugerpark. Hoogseizoen. We overnachten op een camping buiten het park, waar we bezoek krijgen van koeien. Ook leuk!

Het Krugerpark is prachtig! Het lukt ons om voor twee nachten campings te vinden. Verder is alles volgeboekt. Maar misschien lukt het later nog, wordt ons gezegd. Er zijn wel eens annuleringen. We zullen zien, onze laatste safaritochten kunnen in ieder geval van start. De kampen zijn allemaal netjes aangelegd, je zakt hier nergens weg in het mulle zand als je je tent uit stapt. En er zitten grote hekken om de kampen. Er zijn asfaltwegen, grasveldjes, prullenbakken, restaurants en winkels. Maar geen WiFi! Wat een drama! Wel wasmachines. Eindelijk, want we hebben onze onderbroeken allemaal al een keer omgedraaid.

olifanten in de waterpoel

De olifanten maken het meeste indruk op ons. Ze zijn met velen en komen soms heeeeel dichtbij. Als we aan een waterplaats staan te kijken naar hoe ze drinken en zichzelf nat sproeien, maak ik een filmpje. Je hoort het water. Een kleine fant laat zich op zijn zij vallen en neemt uitgebreid een bad. Wat mooi om te zien. Maar de olifant die van achter de auto aan komt lopen hoor ik niet. Oei! Die heeft grote slagtanden! Ik kijk vanuit mijn ooghoeken over mijn schouders naar links en hou mijn adem in. Het raampje doe ik voorzichtig dicht. Niet bewegen. Ze schijnen slecht te kunnen zien en als je in de auto zit, zien ze alleen de auto. Laten we hopen dat hij van Landcruisers houdt. Als hij langsloopt zie ik dat hij zijn ogen dicht heeft! Zo, die is lekker ontspannen. Van hem heb ik voorlopig niks te vrezen. Rustig blijven dus.

Achter het campinghek

De camping in Shingwedzi, waar we vannacht stonden, is minder goed bevallen. Het was er nogal druk! We zijn gewend geraakt aan kleinschalige bushcampings met minimale voorzieningen. Hier werden we verblind door de TL-balk van de buren en was de privacy ver te zoeken. Om kwart voor vijf ging de eerste al douchen. Hij vond het nodig om voor ons “yellow submarine” te fluiten. Dat had op zich niet gehoeven. Van mij… Een uur later zijn de meeste motoren gestart, want om zes uur gaan de hekken van het kamp open. En dan mogen de toeristen weer los. Nee, van uitslapen kan geen sprake zijn!

We proberen daarom bij Mopani om onze tweede nacht in Singwedzi om te boeken. En dat lukt! Ze hebben hier speciaal voor ons een kleinschalig bush campinkje. Tof! Maar eerst nog lekker lunchen in het restaurant en genieten van het prachtige uitzicht op de rivier. We maken het ons gemakkelijk.

Olifanten, olifanten, olifanten. We zien ze iedere dag. Veel. Ook vandaag weer. In de middag gaan ze water drinken bij de waterplaatsen. We zien ook buffels, zebra’s, giraffen en impalalala’s, maar we willen natuurlijk de katachtigen zien. Dat is toch de sport. Morgen weer een kans. Vanavond zien we nog wel een hyena. Buiten het hek van de camping natuurlijk; het is hier geen Botswana. Het is ook beter dat we langzaam weer gaan wennen aan normale omstandigheden en etiquette. Handen wassen voor je gaat eten, behoeften doen op de wc, met schone voeten je bed in, haren wassen voordat het gaat jeuken, nagels schoonhouden, kleding ook. Ik noem zo maar wat.

Weer olifantenstress

Hé wat krijgen we nou? Bewolking en regen? Zo te zien heeft het vannacht een beetje geregend. Dat is niet de bedoeling! Het buitenleven in Afrika vraagt om zonnig weer, hoor. Gelukkig blijft het de rest van de dag bij bewolking. Dat overleven we wel.

Vandaag beginnen we met goede persoonlijke schrobbeurten en een uitgebreid ontbijt. We vertrekken vanuit Tsendze en zijn weer fris en fruitig en klaar voor de ontmoeting met de hyena van 10 uur. Nu kunnen we hem eens goed bekijken bij daglicht. Op de ontmoeting met een grote kudde olifanten zijn we echter minder goed voorbereid. Godnondeju!!

We zijn nietsvermoedend in gesprek met de hyena als een kudde olifanten naar de waterplaats loopt. Twee fanten jagen onze gesprekspartner weg. Ze lopen vervolgens door naar de bomen aan de andere kant van de weg. Maar daar staan wij nog tussenin! We kunnen geen kant op. Mijn hartslag verhoogt weer. Verdorie, niet weer. Yvon zit in de andere auto bijna te hyperventileren. Zelfs Eric houdt zijn mond. O, o, o, wat komen ze wreed dichtbij!! Dat hoeft van mij niet zo nodig hoor! Ik heb een goede zoomlens. Nu zijn jullie veel te dichtbij… Het raam moet dicht. “Kijk me niet zo aan!” Mijn keel wordt dichtgeknepen. We zitten bewegingsloos te kijken. “Loop alsjeblieft gewoon door naar de overkant!” Een andere auto gaat in zijn achteruit. De olifant voor ons schrikt en schud met zijn hoofd. “O, nee, nee, nee. Ik heb je toch niks misdaan?” We halen pas weer adem als de hele kudde is overgestoken. Wat een vakantiestressssss…

 

De big five op alfabetische volgorde

This is our lucky day!! Hoe wil je het hebben? Op de route tussen Satara en Berg en Dal zien we de big five op alfabetische volgorde. We beginnen met buffels. Twee, liggend in het gras. Daarop volgen een paar leeuwen. We rijden naar het zuiden van het Kruger park, waar het drukker is met dieren, maar ook met toeristen. Bij een grote ophoping van auto’s weet je dat er iets interessants te zien is. Er liggen drie leeuwen, maar takken en bosjes vertroebelen ons zicht een beetje. We hebben trouwens wel mazzel dat we in hoge auto’s zitten. In onze Royal Ladies kunnen we over alle andere personenauto’s heen kijken. “Nu het luipaard.”, horen we door onze bakkie.

closeup van luipaard met tong uit mond

Er staat een gamedrive-wagen in een zijstraatje. We gaan even kijken. “Luipaard!!”, fluistert Eric. “Waar? Ik zie niks!” “In de boom!” Ik zie niks en we staan recht voor de boom. “Hij komt naar beneden.” Nou, het zal. Maar ik zie geen luipaard. Ik zie alleen maar een boom. “O, verrek. Daar istie!” Wat een beest, joh. Met het meeste gemak loopt hij naar beneden. Gracieus. Op zijn gemakje. De andere twee auto’s vertrekken, maar wij wachten nog even. We staan nu eerste rang, onder de boom en de impala die er levenloos inhangt. Zijn kopje bungelt naar beneden. Uit zijn rug is een hap genomen. In zijn nek zit bloed. Een paar minuten geduld en daar is pussycat weer. Hij had nog maar twee hapjes van zijn maaltijd genomen, dus hij is nog hongerig. We zien het bloed langs zijn mond lopen en de ingewanden tussen zijn tanden zitten. Sommige stukjes lijken een beetje taai te zijn voor hem. Iiiieeeuwww! De camera’s maken overuren. Jongens, jongens, wat is dit schitterend om te zien!!

luipaard eet impala

Als het luipaard de boom weer verlaat gaan we verder. Op zoek naar een neushoorn. Maar dat zal niet meevallen, want met de neushoorns gaat het serieus slecht in het park. Stropers brengen ze in grote getale om het leven. In 2013 maar liefst 300 in het Kruger. Triest hoor. We zien eerst nog wat olifanten, maar die zijn eigenlijk pas later aan de beurt. Na de neushoorn.

En dan weeeeer leeuwen! Lekker druk hier! We wachten rustig onze beurt af. Als de leeuwen opstaan lopen ze recht op ons af. En op de camera! Wat een mooie plaatjes. “Uhhhh, Eric, zou je je raam niet eens dicht doen? Direct bijt hij in je neus.” We volgen de leeuwen als ze over de weg lopen. Ze zijn met vieren en lijken totaal geen aanstoot te nemen aan alle auto’s die meerijden. Het lijkt wel een carnavalsoptocht.

Ja! Een neushoorn met een kleintje! We zijn compleet. Op 1 dag de big five. Niet te geloven. Zoveel indrukken op een dag. Want de Hyena’s die een nijlpaard eten heb ik nog niet genoemd. En de zes neushoorns verderop ook niet. Of de leeuwin met haar kleintje. Teveel om op te noemen. We missen alleen de cheeta’s nog. We hebben dus nog iets te wensen voor onze laatste dagen in het wildpark! Gelukkig maar. Hopelijk vallen er vannacht weer sterren, dan doe ik een wens.

Ons avondeten bestaat uit pompoen en zoete aardappel van de bbq. Uit aluminiumfolie. Met een hamburger. En een houtvuurtje erbij. Dat is ons favoriete avondmaal. Ik ga de Afrikaanse avonden missen. De geur van houtvuur in mijn kleding en de rook die prikt in mijn ogen ook. Eten koken en afwassen en daarna naar bed. That’s it. Een sfeer die onvergetelijk is.

Droogte in het park

In Berg en Dal verblijven we onze laatste twee nachten. Het kamperen in het Kruger is wat degelijker dan in Zambia of Botswana, dus het publiek ook. De gemiddelde leeftijd van de kampeerders schat ik op een jaar of 70. Bedtijd ligt rond 21 uur. En de dames nemen geen beautycases mee naar het toilet, maar complete koelboxen.

De omgeving in het zuiden van het Kruger is erg droog. We horen dat er de afgelopen drie jaar veel droogte is geweest, maar dat dit het droogste seizoen sinds 109 jaar is. Het aantal nijlpaarden is al gedaald van 3.000 naar 1.000. Slecht nieuws allemaal. We zien een paar hippo’s, in de laatste poeltjes water. Hun dikke ruggen liggen bloot.

Er is ontzettend veel wild te zien. We turen en turen weer. Olifanten, leeuwen, luipaard, en neushoorns. Ze laten zich allemaal aan ons zien, behalve de buffel. Om de big 5 ook vandaag compleet te krijgen bestellen we die gewoon bij de lunch. Lekker in het pasteitje.

Bonte avond

Onze laatste avond: bonte avond!! We bereiden overdag onze optredens voor. En besluiten om geen gebruik te maken van het centrale amfitheater bij het restaurant. We wachten het donker af en blijven op onze kampeerplek. De buren kijken stiekem mee en vragen zich vast af wat er allemaal gebeurd. Eric en ik mogen het spits afbijten met een sketch van Plien en Bianca op safari. We kijken met een knipoog terug op onze reis. Kees en Yvon hebben een vakantiequiz voorbereid, waarbij wij de kandidaten zijn. Het is een wervelende show, waarin Eric er natuurlijk vandoor gaat met de hoofdprijs: een heuse krugerparkmok!

Tassen inpakken

Er is een tijd van komen en van gaan. Tassen inpakken, auto’s opruimen. De schoonmakers zijn blij met de spullen die we achterlaten: katapulten, vuilniszakken, blikken, kruiden, pompoenen, aardappelen, rode wijn. Ze willen alles hebben. Zelfs de oerlelijke badslippers van Kees. Hij vindt ze zo handig, omdat hij er met zijn sokken in kan. Ja, heus waar! Het zou verboden moeten zijn. Ze gaan in ieder geval niet meer mee terug naar Biddinghuizen.

Voordat we het park uitrijden doen we nog een korte gamedrive. Jongens, we zien weer een luipaard!! Deze vakantie hebben we er maar liefst vier gezien! Dat is echt ongekend, want wij hadden ze nog nooit in het wild gezien. Het Krugerpark is misschien niet het meest avontuurlijke park, maar we hebben er wel verschrikkelijk veel wild gezien. Alleen Kees moet helaas nog een keer terug naar Afrika om een cheeta te spotten. Het helpt misschien als hij zijn badslippers de volgende keer thuislaat.

Herinneringen blijven

We rijden terug naar Johannesburg en leveren de auto’s in. We vliegen naar Nederland en laten Afrika achter ons. Maar de herinneringen nemen we mee. Mooie, dierbare herinneringen aan een avontuurlijk en wild Afrika. Aan zwaaiende kinderen en lachende mensen, aan het zand en de stof, aan de kou in de Kalahari, de hyena op de camping in Moremi en de olifanten naast de tent in Chobe. Aan de eeuwigdurende grensovergang naar Zambia, de boze baboon in Livingstone en de leeuwensporen bij onze wc in Lower Zambezi. Herinneringen aan de mulle zandpaden en de kilometers in onze Royal Ladies, de gigantisch brulkikkers in Maun, de oneindigheid van de zoutpannen, het verrassende Krugerpark en het luipaard met zijn impala. Wat onvoorstelbaar veel mooie herinneringen aan een fantastisch reis, aan fantastisch Afrika. Wij houden van je. We kunnen geen genoeg van je krijgen. We komen terug. Zonder badslippers…. Beloofd.

foto van vier personen
Het was een fantastische reis!

 

4 thoughts on “Op de bonnefooi wildkamperen in Botswana, Zambia en Kruger NP (Reisverhaal)

  1. Een onmiskenbaar met veel enthousiasme geschreven, interessant, compleet en vermakelijk(*) weglezend, reisverslag. Het is duidelijk dat het voor jullie een mooie ervaring was en voor lezers met reisplannen richting Zuidelijk Afrika kan het – naast de nuttige / praktische tips – wellicht nog wat extra voorpret geven.

    Well done, and keep posting!

    (*) Op wat dubieuze waardeoordelen na, maar daar zal het gros fantenpoep aan hebben, vermoed ik…

  2. Wat een prachtig verhaal en hoe leuk geschreven ook! Mijn man en ik hebben plannen om volgend jaar in oktober naar Namibie en Botswana te gaan, ook met een tent op het dak van onze huurauto. Ik was op zoek naar informatie over het al dan niet reserveren van campingplaatsen in Namibie/Botswana, omdat wij het liefst op de bonnefooi reizen en niet al de gehele reis van tevoren willen plannen of vastleggen. Als jullie dat in het hoogseizoen is gelukt, dan heb ik goede hoop voor in oktober! Bedankt voor alle waardevolle informatie op dit blog.

    1. Dankjewel voor het compliment, Nicole. De combinatie Namibië en Botswana is super. Wij hebben dat ooit ook gedaan. In oktober zou het toch wel moeten lukken om op de bonnefooi rond te reizen? Buiten de Nationale Parken sowieso. Ik ben benieuwd naar jullie ervaringen. Veel plezier in ieder geval!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.