(REISVERHAAL) We maken een roadtrip over de legendarische Pamir Highway, een van de hoogste en meest afgelegen snelwegen ter wereld. In 10 dagen rijden we van Osh naar Osh. De weg slingert langs de Afghaanse grens en door het Pamir-gebergte. Het is een ontdekkingsreis over stoffige gravelwegen en slecht asfalt, tussen vele vrachtwagens die naar China rijden. De route brengt ons naar grote hoogten, gekleurde bergen, turquoise meren en allerlei ontberingen. Maar we mogen niet klagen zeggen we tegen elkaar! Iedere dag zien we fietsers die dezelfde route afleggen en dapper op hun pedalen stampen.
Wat vooraf ging
Lees het hele verhaal: Op weg naar de spectaculaire Pamir Highway
Vier dagen geleden hebben we in Osh (Kirgizië) een huurauto opgehaald. Het is een gare Land Cruiser uit 1997 en we hebben helaas nauwelijks kampeerspullen meegekregen bij Silkway Wheels. Bij Kyzyl-Bel staken we de grens over, daarna bezochten we de stad Kajund, het Iskanderkul meer en de hoofdstad van Tadzjikistan, Dushanbe. De auto heeft de Surobod pas ter nauwer nood overleefd. Met enige zorg over ons materieel gaan we verder op de Pamir Highway.
Militaire controle
Na de lunch komen we aan bij de eerste militaire controlepost. Zoiets is toch altijd een beetje spannend: zijn ze streng, vriendelijk of corrupt? Komen we er makkelijk langs, doen ze moeilijk, gaan ze op zoek naar zonnebrillen of elektronische gadgets om in te nemen? Zijn onze GBAO-permits in orde? De Gorno-Badakhshan Autonomous Oblast is een autonome regio in Oost-Tadzjikistan, gelegen in het Pamir-gebergte. Om dit gebied te bezoeken is een speciale vergunning nodig.
We stappen uit en moeten een kopie van onze paspoorten en permits laten zien. Deze hebben we voor de reis online geregeld en we hebben het advies gekregen om zeker 10 kopieën te maken. Bij de meeste controleposten moet je een kopie achterlaten. De heren zijn allervriendelijkst en we mogen verder.
Tip: regel je GBAO-permits vooraf online via Ountravela (makkelijk) of doe het zelf bij het OVIR in Dushanbe (goedkoper).

Afghanistan
Na de bergpas zien we Afghanistan aan de overkant van de bruine kolkende Panj-rivier. We rijden kilometers langs de rivier die de grens tussen beide landen vormt. Waanzinnig hoge en steile bergen flankeren beide kanten. Overal patrouilleren jonge soldaten in groepjes van drie met Kalasjnikovs. De grens wordt bewaakt door militairen die verder vriendelijk lijken en om sigaretten vragen als je passeert.
Aan de kant waar wij rijden ligt een asfaltweg, aan de overkant een smalle gravelweg waar voornamelijk mensen op brommers rijden. Als we inzoomen met de camera zien we zwart gesluierde vrouwen en mannen met een pakol (platte Afghaanse hoed). Een andere wereld. Landschappelijk gezien wel een mooie wereld. We zwaaien naar elkaar.
Lees ook: De Pamir Highway zelf rijden: 12 tips voor je roadtrip





Wildkamperen bij Kalai Kumb (1 nacht)
Het vinden van een kampeerplek is niet makkelijk langs een route met aan de ene kant hoge bergen en aan de andere kant een woeste rivier. We vinden via de app IOverlander een plek, ongeveer 20 kilometer voor het dorp Kalai Kumb. We hopen niet weggestuurd te worden door soldaten, want die ervaring hebben enkele voorgangers. Daarom gaan we uit het zicht van de doorgaande weg staan en gebruiken we in het donker niet te veel licht.
Als ik na zonsondergang zit te typen en Eric een serietje kijkt op zijn Ipad worden we opgeschrikt door een drietal doffe explosies van achter de Afghaanse bergen. Het lijken wel bommen. Zou dat echt? We kijken elkaar aan met opengesperde ogen. “Dit vind ik toch een beetje eng als ik eerlijk ben,” zeg ik tegen Eric. “Misschien is het dynamiet dat gebruikt wordt in de mijnen, dat zou ook kunnen,” verzint hij ter plekke. De explosies herhalen zich nog een paar keer en daarna blijft het stil. We horen alleen de rivier en de vrachtwagens die de hele nacht door lijken te rijden.
Tip: voor het vinden van wildkampeerplekken is IOverlander een hele fijne app, omdat je hem off-line kunt gebruiken. Helaas is deze app tegenwoordig niet meer gratis.


Explosies
Heel relaxed was de nacht niet. Het lijkt alsof je met één oog open slaapt als je niet zeker weet dat je ergens mag overnachten en aan de overkant bommen ontploffen. Gelukkig gebeurt er verder niets en kunnen we op ons gemak ontbijten met de vier magere koeien die een kijkje komen nemen. Ze vinden onze appels erg lekker. Als we wegrijden zien we dat nog geen 25 meter verderop een militair de wacht houdt. Die heeft ons natuurlijk al lang gezien en wij proberen onopgemerkt te blijven. Lekker naïef.
We rijden in totaal 800 kilometers langs de Afghaanse grens en de Panj-rivier. Mensen roepen enthousiast “hello” en zwaaien vrolijk. Kinderen vragen hoe we heten en waar we vandaan komen. Het is in Tadzjikistan niet moeilijk om in contact met lokale bewoners te komen. Het lijkt wel alsof iedereen zijn Engels wilt oefenen. Vriendelijkheid is hier uitgevonden.


Wegafsluiting
Tegen een uur of elf stuiten we op een wegafsluiting. We moeten verplicht een pauze nemen, want de weg gaat pas om 12.00 uur weer open. Soms storten de schuine berghellingen in en wordt de route versperd, de herstelwerkzaamheden kunnen maanden duren.
We zien dat ook in Tadzjikistan de Chinezen te hulp schieten bij het op orde brengen van de infrastructuur, zowel bij het aanleggen van tunnels als het asfalteren van de westelijke Pamir Highway. Over een paar jaar ziet het er hier gegarandeerd heel anders uit en is de befaamde Pamir Highway misschien wel een tweebaanssnelweg richting China geworden.




Khjiez (1 nacht)
We nemen een afslag van de hoofdroute om in de Bartang vallei bij Khjiez te gaan wandelen. De weg is een stuk smaller, niet meer geasfalteerd en loopt vlak langs het water. Iets meer uitdaging dus, maar voor de lokale bevolking nog altijd prima te doen met een gewone auto. We zien zelfs elektrische auto’s rijden! Kun je voorstellen?
In de buurt van de hangbrug van Khijiez overnachten we om de volgende ochtend op en neer naar het eerste meer te wandelen. Veel mensen maken hier een dag wandeling van acht uur naar het dorp en terug, of blijven in een homestay slapen. Wij houden het bij een korte wandeling van twee uur, waarna we via het stadje Khorong naar de hotsprings van Gamchashma rijden.
Tip: Na Khorong kun je niet meer pinnen langs de Pamir. Zorg ervoor dat je voldoende cash meeneemt. Je hebt een VISA creditcard nodig en het is handig om dollars bij je te hebben, daarmee kun je overal betalen.









Hotsprings van Gamchashma
Mannen en vrouwen baden naakt en apart. Eric past, het water is hem te heet. Ik ga naar het vrouwenbad en ben een beetje teleurgesteld als ik het overdekte badhok zie. Het ruikt naar zwavel. Het grote openlucht bad – een miniversie van Pamukkale in Turkije – is vandaag alleen geopend voor mannen. De vrouwen mogen morgen. Ik maak toch maar een plons in het warme water, want na twee dagen met de ramen open over gravelwegen rijden, begin ik aardig te verstoffen. Mijn haar voelt als touw en mijn voeten als schuurpapier. De zwarte eeltranden langs mijn hielen krijg ik mogelijk nooit meer schoon.


We slapen een eindje buiten het dorp langs de rivier, waar we de achtpersoons watermeloen meester gaan maken die Eric laatst heeft gekregen, omdat hij mee wilde helpen bij het starten van een bus. Het ding ligt in de weg en is zo groot dat we niet goed weten wat we ermee moeten. Erics poging om de helft weg te geven mislukt. De kampeerders verderop hebben zelf een meloen in de rivier liggen. In dit deel van Tadzjikistan is niet bepaald sprake van een meloenentekort. We eten ons klem aan de heerlijke watermeloen en delen hem uiteindelijk met een paar wespen. Dat wat we niet op krijgen gooien we weg, want we hebben geen bewaarbakjes of koeling bij ons.


Wakhan vallei
We nemen de zuidelijke route door de Wakhan valley. Bij het Yamchun fort kopen we een sjaal van een vriendelijke jongen die een vermakelijke verkleedpartij met ons houdt. Hij knoopt allerlei doeken behendig om onze hoofden en tooit ons met hoedjes. In de buurt van Kalai Kumb en verderop in Ishkashim zijn bruggen over de Panj rivier. Hier zijn zogenoemde Afghaanse markten, waar bewoners uit beide landen op zondagen met elkaar mogen handelen en zonder visum de grens kunnen oversteken. “We are friends,” legt de jongen ons uit. De zwart-groen geblokte sjaal die ik koop komt uit Afghanistan.



In de Wakhan vallei wordt de Panj rivier breder en de vallei weidser en groener. We brengen een bezoek aan de Bibi hotsprings, waar ik het water in ga en Eric op de parkeerplaats op mij wacht. Hij wast zich niet zo graag.
Op de terugweg maken we langs de steile bergweg een ‘praatje’ met een oud mannetje. Hij gebaart naar ons waarop wij stoppen en de man op zijn gemakje met zijn ellenboog in mijn portier komt hangen. Hij rookt een shagje, mist een voortand en zo te ruiken komt hij niet zo vaak in de hotspring. We begrijpen nauwelijks iets van elkaar. Hij probeert enkele Russische woorden en wij roepen maar wat: Niderlandiya, Pamir Highway, Osh, no cigarettes. De woorden sigaretten en dollars begrijpen we best, maar soms is het handig om te doen of je gek bent.



Langar (1 nacht)
Vanaf het dorp Langar gaan we de bergen in; het eerste deel van de smalle weg slingert langs steile afgronden. Ik doe een schietgebedje en hoop geen tegenliggers tegen te komen, want dat past hier echt niet. De Khargush bergpas gaat uiteindelijk over 4333 meter, maar daar komen we morgen pas.
Wij vinden – zonder tegenliggers – een slaapplek op 3514 meter, met uitzicht op de besneeuwde toppen van de Afghaanse Hindu Kush bergketen. De Land Cruiser heeft het zwaar, hij krijgt het heet van dit soort steile bergroutes en is toe aan een grote slok koelvloeistof. Ook wij moeten wennen aan de hoogte, we zijn snel buiten adem en de hoofdpijn komt en gaat. Het waait en zodra de zon achter de bergtoppen zakt wordt het koud. Vroeg naar bed vanavond!




Motorpech
Al vroeg in de morgen stuiten we onderweg op een Duitser met motorpech. Er staan twee Australische campers bij en we vragen of we kunnen helpen. In de Land Cruiser zit weinig tot niets aan gereedschap – we hebben niet eens een krik bij ons – maar startkabels hebben we wel. De motorrijder wil ze graag proberen. Uiteindelijk blijkt de brandstofpomp kapot te zijn, waardoor hij niet verder kan. Zijn motor moet worden opgehaald.
Na een poosje komt de chauffeur met drie Franse toeristen langs, die al een paar dagen gelijk met ons oprijdt. Toen ik in de hotspring zat heeft Eric met hem zitten kletsen op de parkeerplaats. Hij zegt dat de Duitse jongen naar het eerstvolgende dorp Langar (op 30 km) kan gaan en naar Micha moeten vragen. Iedereen in het dorp kent hem en hij kan de motor ophalen met zijn pick-up. De Australiërs gaan Mischa zoeken, zodat de Duitser bij zijn motor (en al zijn spullen) kan blijven wachten. Zo draagt iedereen een steentje bij en is er een plan, voordat ook wij onze weg vervolgen. Hopelijk komen wij niet op deze manier langs de Pamir Highway terecht.


Murgab (1 nacht)
De weg naar Murgab is prachtig! We rijden een stuk langs steile hellingen en daarna gaan we verder over de waanzinnige hoogvlaktes. Bergtoppen met alle denkbare kleurschakeringen omringen ons. De gravelweg wordt breder en uiteindelijk komen we weer op de officiële – en geasfalteerde – Pamir Highway tussen Dushanbe en Osh. Dit is de hoofdroute die alle vrachtwagens nemen. De zuidelijke route via de Wakhan vallei is een (hele mooie) detour.
Het asfalt is in erbarmelijke staat. Het rijden is intens voor Eric door de gaten, sporen en asfaltruggen in het wegdek. Tegen de tijd dat we Mugrab bereiken hebben we besloten vannacht in een guesthouse te slapen. We zien grijs van het stof en zijn vermoeid. De hoogte speelt ons parten en we hebben weinig zin in de wind die op 4000 meters ijzig is. Bij guesthouse Erali vinden we een warm onderkomen in een kamer met tapijten aan de muur en ansichtkaarten uit Apeldoorn achter het glas van de buffetkast. Het is lekker om voor het avondeten aan te kunnen schuiven en gewassen in bed te kunnen duiken!
Overnachting: Guest House Erali (1 nacht)
Tip: Om geleidelijk aan de hoogte te wennen reis je het liefst van west naar oost over de Pamir Highway. Zorg er ook voor dat je medicatie tegen hoogteziekte bij je hebt!






Marco Polo schapen
Omdat we graag Marco Polo schapen willen zien besluiten we een rondje te maken via het vierlandenpunt (China, Tadzjikistan, Pakistan en Afghanistan) naar het dorp Jartygumbez waar we van plan zijn te overnachten. Weinig toeristen gaan hierheen, maar de kans om deze bijzondere schapen te zien is hier het grootst.
Dat hebben we geweten! Het eerste deel van de route is zanderig, stoffig, hobbelig en lang. Wat een klote ‘weg’. Het is geen wonder dat hier geen toeristen komen. Onderweg komen we een verdwaalde Japanner op de fiets tegen, hij vertelt dat hij bij de militaire post niet verder mocht en terug moest keren. Dat viel hem zichtbaar zwaar. Hij had 110 kilometer voor niets gefietst over een vreselijke weg.



Vierlandenpunt
We hebben hoop dat wij er wel langs komen, maar dat is een domme gedachte. Op een kaart laten we zien dat we naar het dorp Jartygumbez gaan en daarna terug naar Murgab, maar de soldaat is vastbesloten. Hij maakt een kruis met zijn armen. Dit deel langs de grens is gesloten. “There are 4 military posts in this place.” Hier geen vlaggen, grenspalen of restaurants, zoals in Vaals. Dit deel van Tadzjikistan is niet toegankelijk voor toeristen en dagjesmensen.
We moeten terugkeren, zonder het mooiste deel van het rondje te bereiken. Geen Marco Poloschapen en 130 kilometer zandweg nogmaals rijden. De hoeveelheid stof in de auto is niet te doen, het komt zelfs van onderuit de stoelen naar binnen. De Land Cruiser is zo lek als een mandje en dat de ramen niet altijd dicht willen helpt er niet aan. We zijn helemaal grijs en ik kan mijn naam in de dikke laag stof op het dashboard schrijven. Fijn hoor, dat we ons gisteren konden wassen!



Karakul meer
De volgende bestemming is het schitterend blauwe Karakul meer gelegen op 4000 meter. We zijn vandaag toch maar gestart met het nemen van pillen tegen hoogteziekte, want we hebben milde klachten en willen voorkomen dat ze ernstig worden. Het idee is om aan het eind van de middag bij het meer te arriveren, zodat we de zonsondergang kunnen zien.
Als we daar uitstappen waaien we uit onze jasjes. Koud!! Getverderrie wat is dit onaangenaam en onhandig bij het koken. De omgeving is super mooi: het meer is omringd door sneeuwtoppen en de ondergaande zon geeft ze een gouden gloed. “Zullen we gewoon verder rijden en de grens oversteken? Het maakt mij niet uit om in het donker te rijden.”
Tip: neem warme kleding mee en een winddichte jas.



Kyzyl-Art pas
Het is nog 30 kilometer naar de grens bovenop de Kyzyl-Art pas (4282 meter) en daarvoor moeten we ook over de Uy-Buloq pas. Die laatste trotseren we bij zonsondergang wat prachtige plaatjes geeft. Onderweg komen we fietsers tegen die hun tent op gaan zetten. Zodra de zon ondergaat wordt het koud en gaat de wind snijden. Zij hebben geen keuze net als wij.
Langs de Pamir Highway zijn we ontzettend veel fietsers tegengekomen. Ik vraag mij steeds af: waarom? Wat een ongelofelijk barre tocht moet dat zijn, over stoffige, steile, eeuwigdurende wegen en grote hoogten. Het zal vast een enorme voldoening geven, maar wat een ontberingen! We stoppen even bij de fietsers om te vragen of alles in orde is en zeggen tegen elkaar dat wij nergens over mogen zeuren.
Grensovergang
Het is donker als we bij de grensovergang aankomen en hij lijkt gesloten. We zien nergens licht branden en de slagbomen zijn dicht. Das balen. Ik dacht gelezen te hebben dat de grens 24/7 open is. “We zijn mooi genaaid als we hier moeten slapen,” zegt Eric. Moeten we hier voor de poort overnachten, of helemaal terugrijden? Terwijl we een plan bedenken zien we een militair onze kant op komen. De grens blijkt gewoon open. Zonder gedoe of corrupte nep-belastingen komen we langs alle loketten, zowel in Tadzjikistan als in Kirgizië.
Grappig is dat bij de Kirgizische grens heel breed is. Bij de eerste poort moeten we onze paspoorten laten zien. “In 20 kilometer you’ll get a stamp,” legt de beambte uit. We vervolgen de slingerweg door de bergen tot we bij een volgende grenspost komen, waar we inderdaad een stempel krijgen en een korte inspectie van de auto. Het Russische stel dat ongeveer tegelijk met ons de grens overgaat heeft minder geluk, zij moeten alle bagage uit de auto halen voor controle.
Kirgizië (1 nacht)
Het vinden van een geschikte wildkampeerplek is geen makkelijke opgave in het donker. Gelukkig hebben we IOverlander! We volgen de offline app en zoeken de locatie op waar mensen eerder hebben gestaan. We vinden een windvrije plek in de buurt van een riviertje en de volgende ochtend zien we dat we uitzicht hebben op een geweldig panorama van besneeuwde bergen in China en Tadzjikistan. Hoe gaaf! Goedemorgen Kirgizië!
Zowel de auto als wijzelf krijgen een grote schoonmaakbeurt. We zijn er de hele ochtend zoet mee. Een hond maakt van de mogelijkheid gebruik om onder onze auto in de schaduw te gaan liggen. En een schapenherder komt een soort van praatje maken als hij zijn kudde laat laten drinken in het riviertje. Het is fantastisch om te zien hoe hij vanaf zijn pony samen met zijn herdershond de schapen stuurt. De rivier is populair bij schapenherders, we zien verschillende kuddes voorbijkomen terwijl wij ons best doen om de Land Cruiser weer leefbaar te maken.



Lenins Peak (1 nacht)
Van de Australiërs had Eric de tip gekregen om naar het meer bij Sary-Moghol in de Alai vallei te gaan. Vanuit die plek trotseren bergbeklimmers de 7128 meter hoge Lenins Peak. Je kunt er wandelen en paardrijden, slapen in yurts en bergmarmotten spotten. Bergmarmotten zijn leuk!
We vinden een geweldige kampeerplek met uitzicht op de besneeuwde Lenins Peak en het startpunt van de wandeling. De zon schijnt, de bergen zijn vriendelijk en groen. Het meer is donkerblauw en overal lopen koeien en geiten. Het is een heerlijke plek! Ik begrijp dat veel mensen hier langer blijven dan ze in eerste instantie van plan waren. Het is ook een toeristische plek. We komen wederom de drie Fransen tegen die dezelfde reisroute volgen als wij. We maken nu maar eens een groepsfoto, want dat wordt hoog tijd!





Hiken bij Lenins Peak
Bij het ochtendgloren staan we op om als eerste wandelaars de brug over te steken en richting het basecamp te lopen. Het begin van de hike is het pittigst: steil naar beneden, de rivier over en daarna meteen weer steil omhoog. Stap voor stap en hevig hijgend komen we boven. Daarna is het een glooiend en relatief vlak wandelpad. Het is koud door de wind. Ik trek mijn windjack aan en een warme muts was geen gek idee geweest, maar die ligt in de auto.
Later op de dag zal het drukker worden als wandelgroepen na hun ontbijt in de yurts vertrekken en toeristen op paarden langskomen. Wij maken dat niet mee, omdat we voor die tijd al omdraaien en teruglopen naar de auto. Het basecamp op 4.400 meter bereiken we bij lange niet, wel ontmoeten we koeien en van die geinige bergmarmotten.



Startproblemen
Bij thuiskomst op het honk wacht een vervelende verrassing. De Land Cruiser wil niet starten! Hij heeft al eerder moeilijk gedaan in de ochtend, maar steeds lukte het Eric om hem aan de praat te krijgen met wat geveinsde liefde. Vandaag lijkt dit onvoldoende. De motorkap gaat open en we vullen zwaar geërgerd het olie en water bij. De filter is schoner dan verwacht en we proberen het hoofd koel te houden.
Gisteren wilde Eric geen zeven kilometer omrijden om te gaan tanken in Sary-Tash, waardoor we krap in de benzine zitten. Daar krijg ik altijd zoooo het heen en weer van! “Dat heeft er niets mee te maken en ook de accu werkt gewoon goed”, aldus Eric. Na 100 keer voorzichtig proberen lijkt de vonk eindelijk weer over te slaan tussen mijn reispartners en kunnen we weg.
Nog 60 kilometer billen knijpen, voordat we kunnen tanken bij de rode container aan de linkse kant van de weg, waar benzine in kannen wordt verkocht. De kwaliteit van de benzine kan natuurlijk ook de oorzaak van ons opstartprobleem zijn. Maar goed, ik ben al lang blij dat we nog steeds niet gestrand zijn. We kopen 40 liter benzine bij een mevrouw met een zwart-wit gestipte schort en rode hoofddoek. Ze gooit de tank behendig vol.
Tip: tankstations zijn beperkt aanwezig langs de Pamir Highway. Vooral diesel kan moeilijk verkrijgbaar zijn. En vergeet niet: je betaalt contant!


Ommezwaai
We zitten in een redelijke uithoek van Kirgizië. De toeristische hoogtepunten liggen in het midden en noordoosten van het land en wij rijden in het zuidwesten. In Osh eindigt de Pamir Highway – daar zijn we binnen een paar uur – en we hebben nog vier dagen tijd over. We hebben het plan opgevat om naar het Son-Kol meer te gaan. Het is een van de hoogtepunten van Kirgizië, hoewel moeilijk bereikbaar en op grote hoogte. Weer die kou, maar het zou nét binnen de tijd passen.
Tijdens de rit blijven we zoeken naar alternatieven, want we zijn niet overtuigd van ons idee. Verschillende opties komen voorbij, maar we worden nergens echt enthousiast van. Osh nadert. “We gaan die gare bak gewoon inleveren en het geld van de laatste vier dagen terugvragen. Ik heb helemaal geen zin om nog zoveel kilometers over een slecht wegdek te rijden en in de kou te kamperen.”
En zo geschiedde. We appen Oibek dat we eraan komen. Hij neemt de Land Cruiser zonder discussie in ontvangst en wij krijgen de gewenste terugbetaling. Hier eindigt onze roadtrip over de Pamir Highway. Het is genoeg geweest. Terug naar Oezbekistan.

Roadtrip over de Pamir Highway
We slapen een nacht in Osh en steken de volgende dag de grens over om nog twee dagen in Kokand te verblijven. Voor de laatste vier dagen van onze reis huren we een superdeluxe appartement in de hoofdstad Tasjkent dat zelfs goedkoper is dan de Land Cruiser. We genieten ter afsluiting van deze reis nog uitgebreid van het comfort van het moderne stadse leven.
De roadtrip over de beroemde Pamir Highway was een avontuur, maar niet exact het avontuur dat we hadden verwacht. De foto’s getuigen van de schitterende omgeving en de schilderachtige vergezichten. De route was vrij makkelijk om te rijden, het ongemak zat hem vooral in ons materieel. Wie had nou gedacht dat een Land Cruiser ooit onze grootste uitdaging zou zijn? Een Land Cruiser nota bene!
Overnachtingen:
- Aristocrat Apartments – Osh ( 1 nacht)
- Silk Road Hotel Kokand (2 nachten)
- Suite in Tashkent – via Airbnb (4 nachten)


Pffff, wat een reis! Zeker mooie foto’s én een intensieve belevenis voor jullie.
Ondanks de prachtige foto’s zou het voor mij een horrorvakantie zijn, al die onzekerheden!
Mijn nieuwe favoriete uitdrukking is jouw poëtische ‘met wat geveinsde liefde’. 😄👍
Wat een reis, het zand knarst tussen het toetsenbord; mooi avontuur.
Stalen zenuwen hebben jullie! Wat een gave reis -maar wel echt spannend
Zal blij zijn als jullie veilig thuis zijn!
Wat een avonturen weer, geweldig! Ik heb er weer van genoten.