wennen aan Corona

Corona: wen er maar aan!

Het is inmiddels wel duidelijk geworden: Covid-19 gaat niet meer weg. We zullen moeten wennen aan Corona. Met dit virus leren samenleven. Pandemieën zijn van alle tijden en voor de toekomst waarschijnlijk onze grootste vijand. Als we Corona onder controle denken te hebben, staat een nieuwe mutant al weer te trappelen. Hoe gaan we de wereld daarop inrichten? In de afgelopen weken hebben we vol spanning de ontwikkeling van het dodental op de IC’s bijgehouden. Nu de crisis over haar hoogtepunt heen lijkt te zijn, ontstaat in vele hoofden ruimte om stil te staan en over de toekomst te denken. We zitten in een liminale fase en bereiden ons voor op een anderhalvemeter maatschappij. Het is lastig om niet te weten hoe de toekomst eruitziet.

Lees ook: Corona-update: Is Ubuntu onze redding?

Intelligente lockdown

In de persconferentie van 31 maart 2020 kondigde president Rutte aan dat de Nederlandse “intelligente lockdown nog tot en met 28 april zou duren. Ik denk dat het voor niemand als een verrassing kwam. Het is logisch dat de coronamaatregelen die zijn getroffen, tijd nodig hebben om effect te kunnen sorteren. Het dringende advies was en is om thuis te blijven, het kabinet wil een volledige lockdown voorkomen. Onder andere sportaccommodaties, horeca en kinderopvang blijven dicht. We doen het voorlopig zonder de diensten van tandartsen, kappers en schoonheidsspecialisten. Scholen zijn in ieder geval gesloten tot na de meivakantie. Het verbod op evenementen blijft tot 1 juni van kracht.

bron: Trouw.nl

Wekelijkse persconferenties

We raken gewend aan de wekelijkse persconferenties van Rutte en minister de Jonge op dinsdagavond om 19 uur. Half Nederland zit dan voor de tv. Vol trots complimenteert Rutte iedere week alle Nederlanders voor het netjes opvolgen van de maatregelen en het zorgpersoneel voor hun extreme inspanningen. Hij vraagt ons steevast om vol te houden. Het wordt een beetje voorspelbaar. “Ja, ja, dat weten we onderhand wel, vertel maar wat de nieuwe besluiten zijn!” Het kabinet neemt het ene besluit na het andere: meer testcapaciteit, hulp voor Sint-Maarten, geen gedwongen huisuitzettingen, uitbreiding van de ondersteuning aan ondernemers, extra geld voor lokale media, agrariërs en de culturele sector, belastinguitstel, een verdeelsleutel voor beschermingsmiddelen, terugbetaling van kinderopvangtoeslag.

Op 7 april kondigt de Jonge voor het eerst aan dat nagedacht wordt over de ontwikkeling van een app om het coronavirus te bestrijden. Dat leidt tot flinke privacydiscussies. Toch is de belangrijkste vraag die iedere Nederlander heeft: hoe lang nog? Hoe lang blijven deze maatregelen van kracht en wanneer krijgen we meer bewegingsvrijheid? De persconferentie van dinsdag 21 april zal naar alle waarschijnlijkheid een kijkcijferknaller worden, want Nederland snakt naar een verfrissend biertje op een zonovergoten terras.

Spanning over capaciteit IC-bedden

De vraag of de capaciteit IC-bedden voldoende zou zijn heeft ons een paar weken in spanning gehouden. Gaan we het redden? Moeten we keuzes gaan maken over wie behandeld kan worden, zoals in Italië? Het reguliere aantal IC-bedden in Nederland is ongeveer 1150. Opschaling tot 2400 is het absolute maximum, omdat er simpelweg niet genoeg verpleegkundigen zijn.

Op televisie zien we Diederik Gommers (voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Intensive Care) avond na avond zijn zorgen uitspreken. Hij benadrukt dat Nederlanders zelf in de hand hebben of artsen keuzes moeten gaan maken. Diederik is eerlijk, heeft een warm hart en lijkt zijn hoofd koel te houden. Deze maand is hij bekende Nederlander geworden en heeft ieders respect gewonnen. Het is mij een raadsel hoe hij zichzelf op de been houdt. Gelukkig kon hij op 8 april opgelucht ademhalen, toen we voor het eerst een daling van het aantal IC-patiënten zagen. Godzijdank. Ik hoop dat hij een keer lekker heeft kunnen slapen.

Wennen aan Corona

Het is ongeveer 7 weken geleden dat de eerste coronabesmetting in Tilburg werd vastgesteld. Sindsdien is de wereld enorm veranderd. Scholen en kroegen zijn dicht, samen boodschappen doen is uit den boze en wie geen anderhalve meter afstand houdt, kan een boete van 390 euro verwachten. Het is bijna ondenkbaar dat we twee maanden geleden nog als sardientjes opeengepakt in de metro zaten, laat staan onze warme lichamen tegen elkaar drukten op een volle dansvloer. Als ik beelden op televisie zie van juichende menigten, krijg ik spontaan kriebels. Ieuw!

In deze nieuwe wereld wennen we aan de aanwezigheid van Corona. Dat vertaalt zich zelfs naar een nieuw vocabulaire: we gaan op raamvisite, geven elkaar een ellebooggroet en bij flats worden balkonconcerten georganiseerd. Opstandige jongeren houden lockdownfeestjes en ik heb last van coronakilo’s. Dat vind ik overigens een stuk vervelender dan mijn uitgezakte coronakapsel.

Bron: nieuwsblad.be

Thuiszitten

Zoals ik in mijn eerste blog over onze coronareis al vertelde, behoor ik tot de groep der nuttelozen, die tijdens deze crisis thuis zijn opgehokt. Veilig achter de voordeur. Vier dagen in de week zit ik thuis achter mijn computer te werken. De dinsdagen en donderdagen zijn gevuld met digitale overleggen via Zoom of Teams. De eerste keer was leuk, maar inmiddels is het nieuwe ervan af. Ik vind het best pittig, dat praten tegen een scherm en wachten op je beurt. Net als ieder ander mis ik de spontaniteit en voelbare energie in een ruimte. Ieder overleg kost nu moeite.

Afgelopen week vroeg een collega hoe ik er tegenover stond om elkaar een keer echt te ontmoeten. Kun je je voorstellen? Het voelde als stiekem, maar wat was het fijn! Ik merk dat ik het lastig vind om mijn werk los te laten en af te schakelen als ik moeilijke onderwerpen te verstouwen heb. Blijkbaar doe ik dat normaal gesproken door veel met anderen te kletsen. Dat geouwehoer bij het (ongelofelijk smerige) koffiezetapparaat (waar iedereen met zijn vingers aanzit) is blijkbaar belangrijker dan je zou denken. Nu stop ik ‘s avonds oortjes in mijn oren en luister naar een slaapmeditatie voor diepere nachtrust. Wat mij betreft een aanrader. Ik slaap als een roos.

Huis en tuin

Verder bestaat ons leven uit investeren in huis en tuin. Nu het zomergoed is geplant, het onkruid gewied en de tuinsets zijn schoongemaakt, bestuderen wij vanuit de veranda van ons tuinhuisje een nestend pimpelmezenpaartje. Het vrouwtje geeft het mannetje steeds opdrachten om eten te regelen en laat duidelijk weten wanneer ze honger heeft. Aan de manier van roepen horen wij hoe laat het is. De koolmezen zijn blijkbaar niet welkom in onze bloeiende fruitboom. Regelmatig ontstaan brute gevechten tussen de mannetjes. Maar koolmezen zijn nou eenmaal gek op meelwormen en in onze tuin liggen iedere dag verse.

Operatie vijver is succesvol afgerond. Vorig jaar ging het mis met de vijver. Hij was vervuild en raakte vergiftigd. In onze poel des doods zijn heel wat vissen omgekomen; de diamant steur van 1,20 meter legde het loodje en ook twee flinke kois belandden in de groenbak. Een laffe reiger kwam iedere dag de zieke vissen vangen, die aan het oppervlak dreven. Tijdens het paasweekend hebben we de vijver leeggepompt, de vissen in een zwembadje gedaan en alle drek uit de vijver geschept. Tijd zat voor dit soort activiteiten. Het bijenhotel staat voor morgen op de planning. De onderste kamers hebben last van regeninslag, dus de overkapping heeft aanpassing nodig. Daarna gaan we het dak van onze serre schoonmaken en de dakrand opnieuw schilderen. O ja, het ketelhok aftimmeren staat ook op het lijstje “ooit nog te doen”. We leven nu in het tijdperk “ooit”.

Liminaliteit

Vanuit de antropologie bekeken zitten we in een periode van liminaliteit: het ondertussen. Een periode tussen oud en nieuw. Alles is anders, de automatische piloot voldoet niet meer. Het nieuwe is onbekend. Daar kunnen we slecht tegen. We weten niet hoe de nieuwe wereld eruit gaat zien. Dat maakt onzeker. In de eerste weken probeerden we gewoon door te gaan en vast te houden wat we kennen.

Nu kijken we vooruit en weten dat het anders moet. We moeten wennen aan Corona, maar hoe ziet de anderhalvemeter maatschappij eruit? We moeten het oude loslaten en het ongemak verdragen dat we niet weten waar we heen gaan. Een liminale fase is een periode van kansen. Chaos is nodig voor creativiteit. Elke innovatie en verandering begint ermee dat je gewoontes ter discussie stelt. Dus op mijn lijstje “ooit nog te doen” staat: accepteren dat ik niet weet hoe het verder gaat. We maken daarom even geen nieuwe (reis)plannen, leven in de achtertuin en laten de bucketlist leeg. In het ondertussen komen we helemaal tot rust.

Lees ook:

wennen aan Corona
Over creativiteit gesproken: op Java patrouilleren vrijwilligers als geesten (pocongs) om dorpelingen af te schrikken en thuis te blijven.
Bron: Standaard.be

Tags:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.